Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 233.

(Sw. Eur. art. 231).

Ieder, die onder tot verkoop of ter uitdeeling bestemd brood, eetwaren, dranken of bestanddeelen van deze, mengt of doet mengen zwavelzuur-koper (blauwe vitriool of kopergroen), zwavelzuur-zink (witte vitriool) of andere vergiftige stoffen, wordt gestraft met dwangarbeid buiten den ketting van twee tot vijf jaren en geldboete van twee honderd tot vijf honderd gulden.

ART. 234.

(Sw. Eur. art. 232) (C. P. art. 318) (Ned. Sw. art. 174).

Met gelijke straffen wordt gestraft ieder, die tot verkoop of ter uitdeeling bestemd brood, eetwaren, dranken of bestanddeelen van deze, met de in het vorig artikel bedoelde vergiftige stoffen vermengd, met voorkennis van zoodanige vermenging, verkoopt vertiert of uitdeelt, of poogt te verkoopen, te vertieren of uit te deelen, of te doen uitdeelen; en ieder, die de vergiftige stoffen verkoopt of verschaft, wetende dat deze tot het misdrijf zouden dienen.

In het eerste der bovenstaande artikelen, hetwelk niet in den Code Pénal wordt aangetroffen, maar uit de wet van 10 Mei 1829 is overgenomen, wordt de vermenging van vergiften met eetwaren of dranken strafbaar gesteld, zoodra namelijk die eetwaren of dranken bestemd waren om onder het publiek te worden verspreid.

De persoon, welke die menging volvoert, moet echter met de bestemming dier voedingsmiddelen bekend zijn geweest. Hij is slechts strafbaar, indien hij wist, dat de waren zouden worden verkocht of uitgedeeld. Was hij daarmede niet bekend, dan valt hij niet in art. 233 der wet.

Onverschillig is het, of eene groote dan wel kleine hoeveelheid der vergiftige stof onder de voedingsmiddelen is gemengd.

Zelfs de bijvoeging van eene geringe hoeveelheid vergif is verboden, ofschoon er geen vrees was, dat daardoor de gezondheid zoude worden benadeeld.

Str. N. I. 30

Sluiten