Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wet toch verbiedt, zonder van een hoeveelheid te spreken, onvoorwaardelijk de vermenging van vergiften met voedings-

^tfhet volgende artikel 234 wordt de verkoop van dergelijke met vergif gemengde spijzen of dranken verboden, doch alleen de opzettellijke verkoop, dat is, de verkoop door iemand, die met de menging der vergiften in de voedingsmiddelen bekend was.

Verkoop door iemand, die hiervan geen kennis droeg, valt, volgens de memorie van het strafwetboek voor Inlanders p. 175, onder de bepalingen van het politiereglement. Behalve de verkoop straft art. 234 de uitstalling, rondventing en zelfs het verschaffen der vergiften, wetende, dat men die in de dranken

of eetwaren wil mengen.

De volgende artikelen hebben betrekking op den verkoop enz van dranken of eetwaren, die met voor de gezondhe.d schadelijke stoffen, welke niet tot de vergiften gerekend worden,

gemengd zijn.

Ze luiden aldus:

Art. 235.

(Sw. Eur. art. 233) (C. P. art. 318).

Ieder, die tot verkoop of ter uitdeeling bestemd brood, eet-of drinkwaren of bestanddeelen van deze met voor de ge^ndhe, schadelijke stoffen vermengt, doet vermengen of eeo^eto eetwaren, drinkwaren of bestanddeelen van deze, met voorkennis van zoodanige vermenging, verkoopt vertiert o u^elto poogt te verkoopen, te vertieren of uit te deelen of te doen uitdeelen wordt gestraft met dwangarbeid buiten den ketting van zes dagen tot twee jaren en geldboete van acht tot twee honderd

vijftig gulden.

ART. 236.

(Sw. Eur. art. 234.)

De straffen, bedreigd in de drie voorafgaande artikelen, gaan in alle gevallen vergezeld van de in beslagneming en vermenging van het brood, de eetwaren of dranken, of tot eetwaren of dranken bestemde zelfstandigheden, die met verg,ft,ge of schadelijke stoffen zijn vermengd.

Sluiten