Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na de verkrachting, vermeldt artikel 249 de gewelddadige

aanranding der eerbaarheid.

Deze bestaat in elke ontuchtige aantasting van een ander, met geweld volvoerd. Het geweld is dus een hoofdbestanddeel

van het misdrijf.

De poging tot de gewelddadige aantasting der eerbaarheid

stelt de wet met de aantasting zelve op gelijke lijn, omdat beide feiten geheel samenvloeien i).

Als verzwarende omstandigheden van de verkrachting en gewelddadige aanranding der eerbaarheid gelden, volgens art. 250 en 251 der strafwet voor Inlanders, vooreerst de leeftijd van het slachtoffer beneden de vijftien jaren; verder de omstandigheid, dat de dader eenig gezag over de persoon, tegen wie het misdrijf wordt gepleegd, uitoefent, bijv. indien hij de vader, stiefvader, voogd, leermeester enz. van die persoon is; ten derde de ambtelijke hoedanigheid van den dader, die zwaarder wordt gestraft, indien hij een openbaar ambtenaar of godsdienstleeraar is; ten vierde de omstandigheid, dat de dader door een of meer personen bij het volvoeren van zijn misdrijf is geholpc ï. In alle die gevallen wordt de straf verzwaard.

Er behoeft niet op gewezen te worden, dat het onbillijk is den openbaren ambtenaar strenger dan den ambteloozen burger voor deze misdrijven te straffen.

Hiervoor bestaat geen reden, zoo de ambtenaar geen gezag over de aangerande persoon uitoefende.

ART. 252.

(Sw. Eur. art. 250) (C. P. art. 334) (Ned. Sw. art. 250). Ieder, die zich tegen de zeden vergrijpt, door er zijn werk van

1) Het medelokken, ontkleeden, zoenen en trachten den bijslaap uit te oefenen met een elfjarig inlandseh meisje levert, indien geen geweld is aangewend, geen strafbare poging tot verkrachting op. H. G. Hof 13 Febr 1900. T. 74 blz 203_

Ten aanzien van het misdrijf van aanranding der eerbaarheid, met geweld

volvoerd, in art. 247 Sw. E. strafbaar gesteld, is wel de poging met de volvoerde daad op gelijke lijn gesteld, doch de in dat wetsartikel voorkomende woorden of gepoogd," d. i. blijkens het zinsverband „of met geweld gepoogd, kunnen met

slaan op het in het artikel in het bijzonder genoemde misdrijf van verkrachting,

omdat het woord „verkrachting" reeds het element van geweldpleging uitdrukt De gepoogde, doch door van des daders wil onafhankelijke omstandigheden me geslaagde verkrachting valt onder de algemeene rechtskundige °mschrl™ van „aanranding der eerbaarheid met geweld volvoerd.' II. G. Hof 23 Febr.

1907. T. 90, blz. 424.

Sluiten