Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bepalingen omtrent zeeroof (Stb. 1876 No. 279) bedreigen met den dood of kettingarbeid het dienst nemen op een vaartuig bestemd om in open zee geweld te plegen tegen personen of goederen, dan wel op de reeden, in de havens, op het zeestrand, enz.

Het begrip van „slavenhandel" omvat allen handel in menschen, onverschillig of die menschen door roof, koop of bedrog zijn verkregen.

Er bestaat dus een groot onderscheid tusschen zeeroof en slavenhandel, daar het eerste misdrijf tot de scheepvaartmisdrijven behoort, terwijl de slavenhandel zoowel ter zee als te land kan gedreven worden, en niets anders is dan een handel in verboden koopwaar.

Om die reden scheiden de latere wetten, zooals het Neder landsche strafwetboek, beide misdrijven nauwkeurig van elkander en plaatsen hen in verschillende rubrieken (Art. 274 en art. 381 Ned. Strafwet).

Eenigen tijd geleden trachtten op Borneo twee Inlanders een tweetal vrouwen te ontvoeren, die zij beloofd hadden met een prauw naar Sekampoeng te brengen.

valt slechts dan in de termen der strafwet, wanneer die geschiedt ten einde de slaven alhier te verhandelen.

Een ingezetene van Ned.-Indië, in een bondgenootschappelijk rijk, waar slavenhandel toegelaten is, zoodanigen handel drijvende, kan daarvoor in Ned.-Indië niet vervolgd worden (R. v. Just. Makasser 1 Augustus 1888, bekr. Hof 5 September d. a v., T. LX blz. 246, 248).

Volgens het Europeesch volkenrecht kan het misdrijf van slavenhandel ook gepleegd worden door volken en stammen, die dat recht niet erkennen. Stb. 3825 no. 44 verbiedt slavenhandel niet slechts met schepen uit den vreemde, maar ook met die, welke herkomstig zijn uit leenroerige en bondgenootschappelijke staatjes binnen Ned.-Indië, waar de slavernij feitelijk nog bestaat. Zoodra dus de slavenhandel over zee dit is op Ned -Indisch territoir — wordt gedreven', is Stb. 1825 no. 4t ook toepasselijk op de bevolking van die staatjes, welke op die wijze slavenhandel drijft (Hof 17 Juli 1895, T. LXV blz. 105). Bij laatstgemeld arrest werd ook beslist, dat de aanhouding van het vaartuig, aai mede slavenhandel wordt gedreven, wel voorwaarde voor de verbeurdverklaring van het vaartuig, maar geenszins voor de strafbaarheid der slavenhande»aais is Het hooger aangehaald vonnis van den R. v. J. te Soerabaja en arrest in I. W. 1655 stellen die aanhouding ook als voorwaarde voor laatstbedoelde strafbaarheid. Deze kwestie wordt beheerscht door de interpretatie van het woord „zoodanige" in art. 20 van Stb. 1825 no. 44. K.

Ingevolge de artt. 18, 19, 20 en 21 van Stbl. 1825 no. 44, in verband met Stbl. 1877 no 180 sub II, is slechts dan het misdrijf van slavenhandel aanwezig, wanneer met een vaartuig hetzij slaven, hetzij vrije menschen in Ned.-Indië zijn ingevoerd om aldaar als slaven te worden verhandeld. R. v J Makasser 10 Oct. 1900. T. 76, blz. 1. D

Sluiten