Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tusschen de definitiën der Pruisische en der Bondswet is geen verschil, doch in het ontwerp van de Bondswet werd uitdrukkelijk medegedeeld, dat wel is waar de meeste diefstallen uit zucht tot voordeel of winstbejag werden begaan, maar dit bestanddeel niet noodwendig tot het begrip van diefstal behoort.

De bedoeling van den dief is wel om de aan anderen toebehoorende zaak onder zijne goederen op te nemen en daardoor het vermogen van anderen te verminderen, doch het is onverschillig, welk motief de dader bij den diefstal heeft, zoodat ook hij schuldig is aan diefstal, die in het belang of op last van derden eenig voorwerp ontvreemdt en dit terstond aan dezen overgeeft.

Be gevallen, waarin iemand een vreemde zaak wegneemt om op die wijze betaling te erlangen van een schuld, welke de eigenaar aan hem had, bewijzen niet, dat het winstbejag, de animus lucri faciendi, als een bestanddeel van het misdrijf van diefstal moet aangemerkt worden (Dr. Kletke, Das Strafgesetzbuch fur den Norddeutschen Bund S. 167).

Op het voorbeeld der Bondswet, die, gelijk gezegd is, het winstbejag niet als een element van den diefstal aanneemt, vordert ook de Nederlandsche strafwet geenszins, dat de dief het oogmerk gehad heeft om zich te verrijken.

Toen een deel der Commissie van Rapporteurs van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in het verslag over het Ned. wetboek van strafrecht te kennen gaf, dat, volgens de taal en de volksovertuiging, diefstal altijd gepaard gaat met oneerlijkheid en winstbejag, vereenigde de Minister zich niet met die meening en bestreed de leer, dat winstbejag een noodzakelijk element van den diefstal zoude zijn (V. V. blz. 192)-

Na eenige discussie nam de kamer het artikel aan, waarbij de diefstal wordt omschreven, als „het wegnemen van eenig „goed, dat geheel of ten deele aan een ander toebehoort, met het „oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen" (Art. 310 „Ned. Strafw.).

Van winstbejag is in deze definitie geen sprake.

Men mag, op grond van het bovenstaande, aannemen, dat volgens de tegenwoordige opvatting van het begrip van diefstal de wil om zich te verrijken geen bestanddeel van dat misdrijf uitmaakt.

' Doch welke zijn dan de kenmerken van diefstal? Waardoor

Sluiten