Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderscheidt deze misdaad zich dan van verduistering of van vernieling ?

De Nederlandsche Strafwet noemt het strafbare feit bij den diefstal „de wegname van het goed, gepaard met het oogmerk om zich dat toe te eigenen." (mem. v. toel. blz. 297).

Daarbij is het onverschillig, welk ander meer verwijderd doel de dief gehad hebbe en welke voornemens hij koesterde ten aanzien van het voorwerp, waarvan hij zich meester heeft gemaakt.

Degeen, die eens anders goed wegneemt om het zich toe te eigenen, blijft een dief, ook indien hij het onrechtmatig verkregen voorwerp weder wegwerpt of aan anderen ten geschenke geeft.

Met deze leer stemt de latere jurisprudentie in Duitschland grootendeels overeen.

Zoo werd een beklaagde, die gestolen had om een derde schadeloos te stellen voor eenig geleden verlies, schuldig verklaard aan diefstal (Archiv. Band XV S. 706), ofschoon de dader zelf bij den diefstal geen voordeel had.

De eenige moeilijkheid, welke de definitie van diefstal, gelijk zij in de Nederlandsche wet voorkomt, oplevert, is dat het begrip van diefstal daarbij moeilijk is te scheiden van het begrip van vernieling of beschadiging, omdat hij, die een voorwerp wegneemt, teneinde het te vernielen, evenzeer zich schuldig maakt aan wegneming van eens anders goed met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, als de dief, die steelt om zich te verrijken.

De Regeering antwoordde in de Tweede Kamer, dat de vraag, of een feit diefstal dan wel zaakbeschadiging is, een quaestio facti kan genoemd worden. Wanneer van den aanvang af uitsluitend het oogmerk bestond om te beschadigen of te vernielen, dan bestaat er — meende de Minister — geen diefstal, maar zaakbeschadiging.

Het is twijfelachtig, of dit antwoord de moeilijkheid wel opheft. De vernieler moge van den aanvang af het meer verwijderd motief gehad hebben, om de weggenomen zaak te vernielen, het blijft waar, dat hij, evenals de dief, bij de wegneming den wil had daarover als eigenaar te beschikken.

Meer is volgens de Nederlandsche wet voor diefstal niet noodig, en uitdrukkelijk is door de Regeering verklaard, dat het onver-

Sluiten