Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volking omtrent diefstal reeds is te kennen gegeven, niet geheel eenstemmig met de beginselen onzer strafwet.

De volksovertuiging der inheemsche rassen acht uitsluitend den diefstal in bewoonde huizen bijzonder strafbaar en vooral in binnen de kampong gelegen woningen, zonder daarbij aan braak en inklimming te denken.

Niet de braak, inklimming of het gebruik van valsche sleutels vormen voor den Inlander een verzwarende omstandigheid van den diefstal, doch veeleer het feit, dat de woning bewoond en in de kampong was gelegen.

De meeste Inlandsche wetten straffen daarom den diefstal van voorwerpen, welke zich in het huis bevonden, zwaarder dan diefstallen van zaken, welke buiten de woning aangetroffen worden.

De braak of inklimming is in het oog van den Inlander van niet zooveel gewicht als in het oog van den Europeaan en het moet erkend worden, dat bij de onvoldoende afsluiting van woningen en erven in de kampongs de braak en inklimming veel van haar stoutmoedig en gevaarlijk karakter verliezen.

Indien het erf slechts omgeven is door een droge sloot of een omheining van wijd uiteenstaande struiken, bestaat er geen reden om diefstallen van voorwerpen, welke zich binnen die omsluiting bevinden, zwaar te straffen, evenmin als het doorsnijden van touwtjes, waarmede de deur en omwandingen der woning zijn vastgehecht, aanleiding mag geven tot belangrijke strafverhooging.

Zeer juist is het echter, dat de Inlandsche wetten vooral de woning binnen de kampong beschermen en niet als de Europeesche wetten, het zwaartepunt van den diefstal zoeken in braak of inklimming.

C. Braak. Inklimming. Ondergraving. Valschc sleutels.

Valsche orders. Valseh eostuum.

De Nederlandsche strafwet neemt onder de verzwarende omstandigheden van den diefstal ook op braak, verbreking, inklimming, valsche sleutels, valsche orders en een valsch kostuum (art. 311).

De Code Pénal en de Indische wetten kennen dezelfde verzwarende omstandigheden, welke trouwens alleen te pas komen

Sluiten