Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich niet, omdat de latere solvabiliteit van den verpander geen invloed mag uitoefenen op een vroeger gepleegd feit.

De Indische en Fransche jurisprudentie nemen gewoonlijk de onrechtmatige verpanding als strafbare verduistering aan, omdat alleen de eigenaar het recht heeft eenig voorwerp te verpanden (Diephuis Burg. Wetb. dl. V. blz. 381).

De verpanding is zeker een soort van vervreemding en kan bij niet uitlossing van het pand tot verlies van het verpande goed leiden.

In zooverre is de inpandgeving volgens vele schrijvers alleen geoorloofd aan hem, die bevoegd is het goed te vervreemden. (Zachariae V. 106, Fransche uitgave).

Intusschen spreken de strafwetten voor Inlanders en Europeanen niet alleen — gelijk de Code Pénal —van verduisteren of weerloos maken, maar ook van ten eigen voordeele aanwenden.

Deze onbepaalde en afkeurenswaardige uitdrukking leidt er zeker toe om verpanding van het toevertrouwde goed door den lasthebber of bewaarnemer strafbaar te achten, ofschoon men toch wel niet zoover kan gaan van op grond der onbestemde woorden der wet elk onrechtmatig gebruik van eens anders zaak als misbruik van vertrouwen te beschouwen {Ind. Weekbl. 832)').

Het laatste bestanddeel van verduistering of misbruik van vertrouwen moet volgens den gewijzigden Code Pénal en de Indische wetten in de wijze gezocht worden, waarop het voorwerp in de macht van den schuldige is gekomen.

, Hij moet de verduisterde zaak hebben ontvangen in huur of bruikleen, als onderpand, dan wel als bewaarder of lasthebber of voor eenigen arbeid 2).

Een contract of overeenkomst behoort dus de grondslag te zijn van het bezit des daders en de rechter zal dus in de eerste

1) Implicite bevestigend beslist door H. g. Hof 5 Febr. 1902. T 78, blz. 261.

D.

2) Misbruik van vertrouwen veronderstelt afgifte van eene bestaande, bepaalde zaak. Op dien grond werd geen misbruik van vertrouwen aanwezig geacht, waar beklaagde van een ander koeien ter verzorging had ontvangen met beding, dat het eerste kalf voor hem, het tweede voor den ander zoude zijn enz., en daarna een der volgens die afspraak aan den ander toekomende had verduisterd (Hof 6 Mei 1896, T. LXVI blz. 372). Ook de firmant, die buiten weten zijner medevennooten accepten ten name der firma disconteert en de aldus verkregen gelden ten eigen bate aanwendt, pleegt geen misbruik vertrouwen, daar die gelden hem niet zijn toevertrouwd (Hof 8 Augustus 1888, W. 1311). K.

Sluiten