Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38. Grerrit Koenraad Bezuidenhout, F. zoon,

39. Klaas l'rinslo, M. zoon,

40. Theunis Theodorus Fourie,

41. Christiaau Laurens Drijer,

42. Frans Smit,

43. Lucas van Yuren,

44. Stephanus Frederik Grrobbelaar,

4£. Grert Pieter Bezuidenhout, GL zoon,

46. Pieter Rasmus Erasmus,

47. Willem Prinslo, N. zoon,

Om Eisch en Conclusie te hooren op declaratie.

De R. O. Vervolger zijn krimineelen Eisch en declaratie voorleggende met de documenten en informatie daarop betrekking hebbende en op de hierbij gevoegde Schedule gemerkt L. tot W.W.W. en 1 tot 2 locis, verzoekt dat genoemde Eisch en declaratie publiek worde voorgelezen en concludeert ut in scriptïs.

De eerste gevaDgene na de voorlezing van den eisch, verzocht vergiffenis en verzachting van straf en zeide dat hij nooit weer zoo iets zou doen.

De tweede gevangene smeekte om genade.

. De derde gevangene vroeg om vergiffenis en zeide dat hij niet uit eigen beweging gehandeld had, maar dat hij tot de misdaad verleid was en dat hij het nooit weer zou doen,

De vierde gevangene verzocht verzachting van straf en beloofde voortaan gehoorzaam te zijn aan het Grouvernement.

De vijfde gevangene verzocht om genad§ voor dit maal en verklaarde dat hij zich nooit weer aan zoo iets zou schuldig maken.

De zesde gevangene verzocht om genade en vergiffenis.

. De zevende gevangene zeide dat hij een onkundig man was die Qiet beter wist en verzocht pardon.

De achtste gevangene verzocht verzachting en pardon en beloofde zich voortaan niet te zullen laten verleiden.

-9e negende gevangene verzocht vergiffenis, dat hij nog een jongeling is en dat hij het niet uit zijn eigen gedaan had.

De tiende gevangene zeide dat hij er toe gebracht was door de v ïleiding en dwang van anderen en dat hij vjortaan beter zou °pp assen.

. pe elfde gevangene zeide dit hij misleid wai en verzocht vergiffenis voor dit maal.

pe twaalfde gevangene verzocht genade en dat zij hare ammunitie mocht terugkrijgen, daar zij reeds haar h oed verloren had ei nu ook haar eigendom zou vsrliezen.

De dertiende gevangene zeide dat hij gegac.n was met het Voornemen om goed te doen en dat hij daarom onvoorbedaehtelijk kwaad had gedaan.

De veertiende gevangene verzocht ditmaal vrij galaten te worden en genade of met eene boete te worden gestraft.

1816.

Sluiten