Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1816.

De vijftiende gevangene verzocht pardon.

De zestiende gevangene verzocht verzachting van straf, dat hij onschuldig in de zaak gekomen was en dat hij vooraf niets er van had geweten.

De zeventiende gevangene zeide dat hij niet uit zijn eigen er in gekomen was, maar gedwongen was en verzocht verzachting van straf.

De achttiende gevangene verzocht vergiffenis en verklaarde er toe gebracht te zijn door de verleiding van anderen en dat het hem berouwde.

De negentiende gevangene verzocht genade en vergiffenis.

De twintigste gevangene verzocht verzachting van straf en tijd voor de betaling der boete.

De een-en-twintigste gevangene verzocht verlichting van straf.

De twee-en-twintigste gevangene verzocht verzachting van straf en zeide dat de betaling der boete hem zou drukken.

De drie-en-twin tig de gevangene verzocht voor dit maal vergiffenis en zeide dat hij voortaan voorzichtiger zou zijn.

De vier-en-twintigste gevangene verzocht verzachting van straf en tijd voor betaling der boete.

De vijf-en-twintigste gevangene deed hetzelfde verzoek.

De zes-en-twintigste gevangene ook.

De zeven-en-twintigste gevangene verzocht verzachting van straf en tijd, en zeide dat hij arm was.

De acht-en-t wintigste, neg en-en-twintigste en dertigste gevangenen verzochten verzachting van straf en tijd voor de betaling der boete.

De een-en-dertigste gevangene zeide dat hij arm was en verzocht verzachting van straf en tijd.

De twee-en-dertigste gevangene zeide hetzelfde.

De drie-en-dertigste, vier-en-dertigste, vijf-en-dertigste en zes-endertigste gevangenen verzochten verzachting van straf.

De zeven-en-dertigste gevangene verzocht verzachting van straf en zeide dat hij een arm man was en dat al ziine goederen verbrand waren.

De acht-en-dertigste gevangene verzocht verzachting van straf en tijd.

De negen-en-dertigste gevangene verzocht verzachting van straf en dat het in aanmerking genomen zou worden dat de vijand al zijn eigendom weg had.

Het Hof houdt deze zaak in beraad.

Gedaan te IJitenhage, op den dag en in het jaar vermeld.

In mijne tegenwoordigheid,

(Q-et.) Gr. Beelaerts van Blokland,

Secretaris.

Sluiten