Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1816.

13. Dat de K..0. Vervolger ook voor dezen vierden gevangene geene verzachtende omstandigheden vindon kan, daar hij volkomen vrijwillig in de zaak gegaan was en op geene waarschuwingen wilde acht slaan; ook kan hij zich niet verontschuldigen door te zeggen dat hij in de misdaad viel door dwang, daar hij integendeel zulken dwang op anderen uitoefende, in elk geval hen overhalende door bedreigingen en vrees ; terwijl ook zijne brieven (L. R. 1 c.d.) aan den Assistent Landdrost Van de GraafE zoowel voor zichzelven als in naam van anderen, geschreven na zijne vlucht van Slachters Nek, ofschoon in de nederigste en smeekende bewoordingen, slechts van weinig beteekenis kunnen zijn ter zijner verdediging, naar het oordeel van den R.O. Vervolger, daar zij uit niets anders bestaan dan de gevolgen van een berouw dat te laat komt, nadat elke mogelijke maar vruchtelooze poging aangewend was, om hun misdadig plan ten uitvoer te leggen.

V. Ten opzichte van den vijfden gevangene :

1. Dat de vijfde gevangene vroeg bekend was met het op¬

standig plan en in het vertrouwen deelde der andere aanvoerders, zooals duidelijk gebleken is uit zijn eigene daden.

2. Dat hij de opsteller, schrijver en publiceerder was van de

kennisgeving (L. K.) in zijn naam, gedateerd 12 November, 1815, aan de inwoners van Tarka, in welke kennisgeving de inwoners uitgenoodigd en aangespoord werden tot opstand door te spreken van de zware lasten en onrecht die icij niet langer kunnen dragen.

3. Dat het middel om deze voorgewende grieven te herstellen,

door den vijfden gevangene in die kennisgeving verklaard werd te zijn te vechten voor de vrijheid van zijn land.

4. Dat de vijfde gevangene in hetzelfde document openlijk

erkende dat hij van de verraderlijke correspondentie met de Kaffers wist, en haar zelfs beschreef als eene zaak waaromtrent overeengekomen was, door deze woorden : dat de Kaffers eenstemmig waren en met hen waren overeengekomen ; dat zij streden voor Zuurveld en icij voor ons fond; dat aan hen slechts gegeven werd het vee van de opzichters (waardoor de militairen van het Kaapsch Regiment verstaan worden) en ook eenig ijzer, koper en kralen en niets meer.

5. Dat de vijfde gevangene vrijwillig met wijlen Johannes

Bezuidenhout van Tarka naar Baviaans Rivier ging, ten einde werkelijk te helpen de voorgenomen onderneming ten uitvoer te leggen.

(i. Dat de vijfde gevangene wegreed van de rebellen, terwijl zij bij den Post van Kapitein Andrews waren, naar

Sluiten