Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVII. Aangaande den zeventienden gevangene :

1. Dat de zeventiende gevangene op het Verzoek van Johs.

Bezuidenhout in de plaats van zijn zwager, Karei Gustavus Trigard, die belet werd door een kwaal aan zijn been, de rebellen vergezelde naar den Post van Kapitein Andrews, en in hunnen naam een boodschap naar Majoor Fraser bracht, de loslating van den eersten gevangene eisehende.

2. Dat op zekeren tijd afwezig zijnde van de rebellen op de

plaats van zijn vader, hij geen gebruik maakte van die gelegenheid om zich van hen af te scheiden maar naar hen terugkeerde, en zich aan den Iv O. Vervolger overgaf te Slachters Nek.

XVIII. Ten opzichte van den achttienden gevangene:

1. Dat eenige dagen vóór het uitbreken van den opstand, de

achttiende gevangene vernomen hebbende van Johs. Bezuidenhout, wien hij toevallig ontmoette, van het voorgenomen plan (zie zijne antwoorden op de derde en vierde _ vraag) niet de minste informatie daarvan gaf aan zijn Veldkornet.

2. Dat op de plaats zijnde van den zesden gevangene, hij

van daar vertrok met Johs Bezuidenhout en zijne volgelingen, met de mannen van den zesden gevangene, naar de rebellen, bij wie hij bleef totdat hij zich overgaf aan den R. O, Vervolger te Slachters Nek, zonder echter schuldig te zijn aan een bijzondere daad van geweld.

XIX. Aangaande den negentienden gevangene :

1. Dat de negentiende gevangene op de plaats zijnde van den

zesden gevangene ten einde genezende kruiden toe te dienen aan de vrouw van den zes-en-veertigsten verweerder, van daar genomen werd door wijlen Johs. Bezuidenhout en (naar het schijnt) uit nieuwsgierigheid, zeer gewillig zich aansloot bij de rebellen.

2. Dit bij de rebellen zijnde toen Kommandant Nel daar

kwam van den Post van Kapitein Andrews, en belet werd weg te rijden door wijlen Johs. Bezuidenhout en den vierden gevangene, hij, de negentiende gevangene, ook een was van hen die van hem een belofte eischte dat hij zou terug komen, maar hij beweert dat hij daardoor het vertrek van Kommandant Nel bevorderde.

3. Dat bij gelegenheid van de boodschappen gebracht door

F. Touchon in naam van Majoor Fraser en ook bij gelegenheid van de komst van den Veld Kommandant Nel, de negentiende gevangene, hen altijd in de rede viel in hunne welgemeende pogingen, en door onbeduidende

F 2

i8i°e.

Sluiten