Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18X6.

den Landdrost van zijn District noch aan zijn veldkornet had bekend gemaakt; komende alleen ten faveure van dezen 8sten Gredet. in consideratie, dat hij niet blijkt eenig actief deel in den opstand te hebben gehad, en zelfs door het Kaffer Opperhoofd Gaika als een medegesleepte jongeling was aangemerkt.

IX. Betreffende den 9den Gedetineerde :

1. Dat hij met den 2den Gedet: was gekomen ter plaatse van

Diderik Muller, toen de 1ste, 2de, 3de en 4de Gedet: aldaar met Johannes Bezuidenhout op den 9den November i815 hunne bijeenkomst hadden gehouden.

2. Dat hij gedeeltelijk bij het schrijven van den brief door

den 2den Gedet: en bij het onderteekenen door den lste Gedet: was tegenwoordig geweest.

3. Dat hij, 9de Gedet: vrijwillig en ongedwongen met nu

wijlen Johannes Bezuidenhout, benevens den2den en 5den Gedet: uit de Tarka was afgetrokken naar de Baviaansrivier.

4. Dat hij de derde requisitie-brief door den 2den Gedet:

geschreven, en door hemzelven met den naam van Johannes Bezuidenhout ondertekend, en welke strekkende was om de vijf daarop genoemde persoenen uit het District Swagershoek te gelasten van dadelijk bij den 4den Ged : present te komen, naar een van die menschen had overgebragt.

5. Dat hij tot het laatste toe bij de Rebellen was gebleven,

zonder op de Slagtersnek zich aan het Commando van den R. O. Eischer te hebben onderworpen.

6. Dat hij eindelijk ook trekkende gevonden was toen de nu

overledene Johannes Bezuidenhout met de 2de, 3de en 5de Gedet: aan den Winterberg was; doch waar hij de eerste was geweest die zich aan het Commando van Majoor Fraser had overgegeven, en vervolgens den öden Gedet. aangewezen, terwijl het ook toevallig schijnt te zijn geweest, dat hij zich destijds aldaar had bevonden.

X. Ten aanzien van den lOden Gedetineerde :

1. Dat hij van de plaats van den 6den Gedet : alwaar hij

woonachtig was, op de begeerte van Johannes Bezuidenhout en zijn aanhang was mede gegaan.

2. Dat hij zich mede had bevonden bij de gewapende Rebel¬

len toen de oproerige opeisching van den 1 sten Gedet : was geschied.

3. Dat hij ingelijks was tegenwoordig geweest toen de Eed

van onderlinge getrouwheid door den öden Gedet: wierdt gepresteerd in den ten dien einde geformeerden kring.

Sluiten