Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35.

Weet gij ook of de dag bepaald «vas op welken zij de post van Lt. Rossouw wilden aandoen ?

36.

Hebt gij Prinslo en Btzuidennout ook hooren praten dat zij geen Gouvernement noodig hadden?

1(15.

Antwoord : Neen.

Antwoord: Neen.

Niets meer, &c.

Aldus, &e.. 18 September 1815.

Als Gecommitteerdens: P. Diemel. W. Hiddingh.

D. J. Muller.

Mij present:

G. Beelaerts van Blokland.

S- 1. No. 6.

HERZIENING.

Verscheen voor de Speciale Rechtscommissie de gezegde iderik Johannes Muller, die, nadat zijn bovengemelde getuigenis em klaar en duidelijk was voorgelezen, verklaarde er bij te blijden, niet begeerende dat er iets aan toegevoegd, of er van weggenomen zoude worden, uitgezonderd in zijn antwoord op de 23ste raag, dat toen een kleine zoon van Johannes Bezuidenhout ook tegenwoordig was "

Kruisvraag door den gevangene, Hendrik Prinslo.

1.

Weet gij zeker dat ik ook heb Antwoord : Neen ! Maar aeel genomen in het gesprek Prinslo of De Klerk hebben zoo «mtrent het brengen van jonge gezegd. Daar ben ik zeker mannen in de dienst P van.

Kruisvraag door den gevangene, A. C. Bothma.

2.

^ Toen gij vóór ons reedt op Antwoord: Ja! Dat het ^ eg, zeide ik niet aan Bezuiden- een goede zaak zoude zijn, om dat wij moesten om- naar de bestemde plaats te aaij en naar den Veld cornet? rijden waar de Veldcornet zijn

zoude.

Sluiten