Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Muller, van welken naam er twee waren, zonder dat ik recht wist aan wien van die twee de brief gegeven was, nog of 't deae brief was, alzoo H. Prinslo op mijn vraag wat hij geschreven had, mij had gezegd dat hij van koorn geschreven had, zonder dat ik wist of 't waar was dat hij over koorn dan over iets anders had geschreven, alzoo ik den brief niet heb gezien of hooren lezen, want ik heb zitten praten met Andries Meijer en de vrouw van Bezuidenhout in het huis van laatstgem :, terwijl Johannes Bezuidenhout, Stefanus Bothma, H. Prinslo, en de Mullers allen bij het huis van Kaber waren. Yoor dien tijd was H. Prinslo ook reeds eens daar geweest denkelijk tien of twaalf dagen tevoren, zonder dat ik den juisten tijd weet r hij heeft mij op mijne vraag, wat hij daar had wezen doen, gezegd, dat hij, na 't doodschieten van Fredrik Bezuidenhout, naar die familie was geweest om te zeggen dat zij 't hem niet kwalijk moesten nemen, of op hem wreken, dat hij den gevangene, Erasmus, had weggebragt, want dat de veldcornet hem gecommandeerd, en als schout van Bruintjeshoogte gemaakt had, om dien gevangene weg te brengen.

Toen wij aan den Slagters Nek waren, heeft de Landdrost Cuyler een briefje aan ons gestuurd om af te komen, en alzoo daarop stonden de namen van Johannes Bezuidenhout, en, zoo ik geloof, ook die van Cornelis Faber, Stefanus Bothma, en ook de mijne, was ik bang van af te komen, omdat ik

1815.

Sluiten