Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34.

Was er dan om orders naar anderen grooten koning gezonden ?

35.

9p welke wijze hebt gij met ^aika gesproken ?

36.

Waarbeen bebt gij uit Kafr®rland u begeven ?

1S16.

37.

Hebt gij niemand ontmoet ^°ordat gij op die hoogte zijt gekomen ?

38.

Wat bebt gij op die hoogte §®daan ?

39.

. erii niet in alle haast lancs

ongewoon pad op die hoogte 66komen ?

Antwoord : Dat weet ik niet: wij zijn den volgenden dag weder weggegaan.

Antwoord: Door een tolk,

dien ik met ken. Zegt verder, t was een Kaffer.

Antwoord: Wij zijn 't eerst gekomen op de plaats daar een zeker oud man, genaamd Dikke Daniël, altijd hout kapt, maar hij was niet tehuis, ik heb maar alleen een klein zwartje gezien. Daar vandaan zij wij, na eerst te hebben gerust, weggereden, en op mijne aanmerking dat wij niet op den weg naar huis waren, heeft hij gezegd dat wij naar 't commando van ouden Johannes Bezuidenhout moesten. Wij zijn toen gekomen op eene hoogte daar dezelve met zijn commando was.

Antwoord : Op de plaats van ouden Dikke Daniël, heb ik in 't huis, waar een man met een ziek been lag, Fourie ontmoet.

Antwoord: Cornelis Faber heeft aan Joh. Bezuidenhout rapport gedaan van 't antwoord van Gaika, en ik heb hem gezegd, dat hij mij in een ongeluk had gebragt; ik heb daarop mijn paard gevat, en ben dienzelfden Fourie weder ontmoet en met hem weggereden.

Antwoord: Toen wij in de laagte nog waren, kwam een Hottentot ons zeggen dat Joh : Bezuidenhout ons liet roepen. Toen wij boven kwamen, zagen wij 't onderste commando, 't

Sluiten