Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1815- 32.

Wie heeft u laten roepen i

33.

Piet Erasmus, Piet zn., kwam daar, en zeide dat de menschen mij lieten roepen, went dat Hendrik Prinslo gevangen was.

Zijt gij daarop heengegaan ? Antwoord : Ja, naar huis.

34.

Waar waren die menschen, die u hebben laten roepen ?

35.

Antwoord: Zij waren op weg naar huis, en hadden op 't pad de tijding gehoord, en hebben mij laten roepen.

Zijt gij daarop vertrokken? Antwoord: Ja, naar huis toe.

36.

Zijt gij niet onderweg aangeweest bij grooten Daniël Erasinus ?

37.

Hebt gij daar niet een groot aantal menschen van Tarka en Baviaansrivier gevonden ?

38.

Heeft niet Piet Erasmus, P. zn., u op dienzelfden tijd gezegd, dat Joliannes Bezuidenhout, Abraham Bothma, en die vier andere menschen uit de Tarka bij u op de plaats waren, en u lieten roepen ?

Antwoord : Ja.

Antwoord : Niet van Tarka; maar van Baviaansrivier zullen er vijf of zes geweest zijn, doch wie het waren, weet ik niet ; Piet Erasmus, P. zn., had mij bij gelegenheid, toen hij de boodschap bracht, gezegd, dat ik •ok de menschen uit den hoek aan de bovenzijde van Baviaansrivier, moest laten commandeeren. Toen heb ik aan ouden Gerrit Bezuidenhout, die met mij was, verzocht dat hij zoude rijden om die menschen te commandeeren, vermits hij hoorde wat 't gerucht was, en dit aan de menschen konde zeggen.

Antwoord : Neen, maar toen ik op den weg was naar mijn huis, heeft hij mij gevraagd of ik al gehoord had dat Johannes Bezuidenhout met een klomp menschen bij Theunis de Klerk was, en op mijn antwoord dat ik daar niet van wist, zeide hij, dat zij er waren.

Sluiten