Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1815.

130.

Was dat het eerste 't welk gij van 't voorgenomen oproer in de Tarka hoorde ?

maar op eene verdere vraag, hoe zij dan al haar goed mede nam, verhaalde zij dat er iemand was geweest die verhaald had, dat er menschen in Kafferland waren, die de Kaffers waren gaan halen om hen te vatten, en dat zij wegtrok van Baviaansrivier met voornemen om er niet weder te komen.

Antwoord : Neen, 't eerste is geweest van Hendrik Prinslo, toen hij uit de Tarka kwam, zonder dat ik weet wat hij daar had wezen doen ; welke bij mij gekomen zijnde op een dag dat ik ziek was, mij verhaalde, gehoord te hebben dat mijn veldcornet Opperman gevlugt was, waarop ik hem zeide, dat ik niet wist of hij gevlugt was, maar wel dat hij absent was. Hij vroeg mij of ik de reden daar van wist, en ik zeide dat ik gehoord had dat Adriaan Engelbrecht en Cornelis Faber 't Kafferland in waren om Kaffers hier te brengen. Hierop zeide hij "neen" want dat hij Adriaan Engelbrecht gesproken had, en dat dezelve met hem was gekomen van Kromme Rivier, en nu bij zijn schoonvader, Didej'ik Grreve, was ; en dat hij, Prinslo, bij Faber ook geweest, en dien gesproken had. Verder met hem sprekende, zeide hij dat de twee, Engelbrecht en Faber, in 't Kafferland geweest waren, maar nu terug waren. Ik zeide daarop dat dit een leelijk gedoente was, en dat zoodra ik gezond was, ik een patrouille daarvoor zoude commandeeren, en naar den Adjunct Landdrost Van de Grraaff rijden, en denzelven de zaak bekend

Sluiten