Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1815.

3.

Hebt gij niet op den berg ontmoet Jan Bronkhorst, Jocbem Prinslo Klaas znen Martinus Prinslo Klaas zn : ?

Rudolph Botha om er mijne kalvers af te halen, die zig daar bevonden ; en, omdat bet reeds laat was, ben ik met Klaas Prinslo voorin : zoo maar mede gereden naar W. Krugel.

Antwoord: Ja.

Waar gingen zij naar toe?

5.

Zijt gijlieden toen gezamentlijk naar de plaats van Krugel gereden ?

Hebt gij daar ben niet booren zeggen dat er een oproer stond uit te barsten aan den Baviaans Rivier ?

7.

Tot welk einde is Klaas Prinslo medegereden ?

8.

Kunt gij staande bouden, dat gij van 't voorgenomen oproer niets vernomen hadt, voordat de gevangenneming beeft plaats gehad ?

Heeft Klaas Prinslo u, in _'t rijden, niet gezegd dat zijn broeder Hendrik hem zoo iets had verteld ?

10.

Wat hebt gij bij W. Krugel bevonden ?

Autwoord: Dat weet ik niet,

• • • -i ij • • 1

zi] zeiden aai zij oang

maar

waren geworden Dragonders, en waren.

Antwoord: Ja.

voor de weggevlugt

Antwoord: Neen.

Antwoord: Hij zeide dat hij reed om een paar menschen te zoeken om te gaan informeeren om welke reden zijn broeder Hendrik was gevangen genomen.

Antwoord; Neen, ik had er niets van gehoord.

Antwoord: Neen.

Antwoord: Daar waren vele menschen, Tbeunis de Klerk, twee zoons van Brits, en anderen.

Sluiten