Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4.

Hebt gij niet bij die gelegenheid door Johannes Bezuidenhout hooren zeggen, dat hij 't bloed van zijn broeder wilde wreken, en heeft hij toen ook geene mensohen gevraagd om mede te doen ?

5.

Zijn er dan andere mensohen geweest die beloofden om mede te doen ?

6.

Op wien wilde hij den dood van zijn broeder wreken ?

r.

Op welke wijze zoude hij dat wreken ?

8.

Hoe was het gedrag van Jaoobus Yrij bij die gelegenheid ?

9.

Waart gij tezamen met Joh. Bezuidenhout F

10.

Hoe lang, na die begrafenis, hebt gij Bezuidenhout voor 't eerst weder gezien ?

11.

Heeft hij toen weder iets gesproken van zijn voornemen om zijns broeders dood te wreken?

Sant, welke koster was, en veel anderen die ik niet weet op te geven.

Antwoord: Ja, hij zeide dat hij dit 7oude wreken, al zoude het nog tien jaren duren,: hij heeft ook nog Lucas van Yuuren te lijf gewild omdat die geen ja wilde zeggen om mede te doen.

1816:.

Antwoord: Dat ik gehoord heb niet, want 't huis was zoo vol, dat ik uit gegaan ben.

Antwoord: Op den Veldcornet Opperman, en den Lieutenant Rosseau, zeggende dat Rosseau hem had doodgeschoten door toedoen van Opperman.

Antwoord : Als hij mensohen konde krijgen om mede te doen, al zoude het ook de zwarte natie wezen, dog dit heb ik hem niet op dien dag, maar naderhand hooren zeggen.

Antwoord: Ik heb niemand hooren spreken, als Joh. Bezuidenhout alleen.

Antwoord: Ik was al te voren naar Tarka getrokken, maar naderhand is Bezuidenhout daar ook gekomen, na de begrafenis van zijn broeder.

Antwoord: Agt of negen dagen daarna; naar mijne gedagte.

Antwoord: Ja, dat hij het niet ongewroken zoude laten, want dat zijn broeder onschuldig was doodgeschoten, die niet gestolen of gemoord had.

Sluiten