Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60.

Of niet gem: Adjunct Land- Antwoord: Neen, maar ik drost hem, Gedet:, daarop heeft heb van Bester gehoord, dat de laten antwoorden dat de Gredet: Heer Yan de Graaff een briefje zig bij hem, Adjunct Landdrost voor mij gezonden had, maar begeven moest ? dat briefje heb ik niet gezien,

dog Bester zeide dat de begeerte van den Heer Yan de Graaft was dat ik bij hem zoude komen.

61.

In geval van ontkentenis, aan den Gedet: voor te houden het gedeelte der verklaring van den Adj : Landdrost Yan de Graaff, beginnende " dat de Compt: daarop &o." tot " begeven moest.

De nevensgaande verklaring aan den Gedet: voorgehouden zijnde, persisteert; de Gedet: bij zijne gegeven antwoorden.

62.

Of niet de Gedet:, toen hij met zijn broeder Abraham Bothma aan 't trekken was naar Zaoharias de Beer, gelijk hij in zijn vorig verhoor heeft opgegeven, ontmoet heeft Johs. Bezuidenhout en Os. Faber, dewelke wegtrokken; en of niet hij, Gedet:, op 't berigt van Jacs. Vrij, dat er een groot Commando naar de Tarka was om hen te vangen, met henlieden is mede getrokken ?

Antwoord : Ja, maar ik had er geen lust of zin toe; en ik heb Jaes. Vrij niet zelve gesproken, maar zijn berigt van Joh. Bezuidenhout vernomen.

In geval van ontkentenis te laten binnen staan Cs. Faber, en na voorhouding van art. 97 van zijn eerste verhoor, deswegens met den Gedet: to oonfronteeren.

Insgelijks te laten binnen staan de weduwe van Johs. Bezuidenhout, en na voorhouding van haar antwoorden op Arts. 52 en 53 van haar eerste verhoor des wegens met den Gedet: te oonfronteeren.

De confrontatie vervalt.

63.

Of hij, Gedet:, niet voor- Antwoord: Neen, daa- heb nemens is geweest om met ik nooit geen ooren naar gehad. Bezuidenhout te trekken naar de Groote Rivier f

Sluiten