Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1816.

De Getuige H. Lange binnenstaande en dit gedeelte zijner verklaring zijnde voorgehouden, zegt dat hij daarbij persisteert, maar dat hij bij die gelegenheid den Gedet: niet heeft gezien, en derhalve verondersteld heeft dat hij was bij den linkervleugel, daar Bezuidenhout en de hoofden waren.

79.

Of niet hij, Gedetbegonnen hebbende af te komen, weder is opgegaan, en gezegd heeft, dat hij nu ziju broeder voor zijn leven had gegroet ?

In geval van ontkentenis te laten binnenstaan C. Faber, en na voorhouding van Art. 81 van zijn eerste verhoor, met den Gedet: hieromtrent te confronteeren.

80.

Of niet hij, Gedet., zich bevonden heeft aan den linker vleugel der rebellen, waar zich ook Bezuidenhout had bevonden ?

81.

Of niet drie der rebellen aan den linker vleugel nederzittende, hunne geweren hadden aangelegd, en wie dezelven zijn geweest ?

82.

Of niet, nadat W. Krugel en eenige anderen, gedeeltelijk met den Veldcornet Nel, gedeeltelijk met H. Lange waren naar beneden gegaan om zich over te geven, de overige, bij welke hij, Gedet., was, aan de andere zijde van den berg zij n weggevlucht ?

83.

Of niet hij, Ged., toen aan het hoofd van die vluchtenden is geweest ?

Antwoord : Ja.

De confrontatie vervalt.

Antwoord: Neen.

Antwoord: Dat heb ik niet gezien.

Antwoord: Ja, zoo als de eersten waren afgegaan.

Antwoord : Neen.

Sluiten