Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1S16.

E.8. No. 90a.

HERZIENING.

Verscheen voor de gezegde Speciale Oommissie de bovengenoemde Philip Jacobus du Plessis, die verklaarde, nadat zijne getuigenis hem klaar en duidelijk was voorgelezen, erbij te blijven, - niet begeerende dat er iets aan toegevoegd, of er van weggenomen zoude worden. Ter bekrachtiging van de waarheid van welke, hij deze solemnele woorden sprak : —

" Zoo helpe mij God Almachtig " !

In tegenwoordigheid van den gevangene Abraham Garel Bothma, die verklaarde geen kruisvragen te hebben om aan den gevangene te doen.

Gedaan te TJitenhagen den 12den Januarij 1816.

(Gat:) Philip Jacobus du Plessis.

"Commissarissen,

(Get:) P. Diemel.

W. Hiddingh.

In mijne tegenwoordigheid,

(Get:) G. Beelaerts van Blokland,

Secretaris.

No. 91.

B.B. 3. MINUTEN, 11 Jan., 1816.

TJITENHAGEN.

Artikelen voor het derde verhoor, en Confrontatie van Abraham Oarel Bothma, Gedetineerde in 's Heeren gevangenis, ter Drostdije TJitenhagen.

Art. 1.

Of hij, Gedet:, persisteert bij De Gedet: zegt "ja; mijn zijne antwoorden op Artt. 3 en paard was flauw geworden, effen 4 van zijn eerste verhoor, dat J. aan den onderkant van "Wentzel Bezuidenhout hem gedwongen, Koester."

en naar W. Krugel vooruit gedreven heeft ?

Zoo ja, te laten binnen staan And. Meijer en Johs. Hartzenberg, en hen hierover te ondervragen.

Sluiten