Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1815.

No. 11.

Staat van zulke Criminele Zaken als moeten vervolgd worden door den Ondergeteekenden Landdrost voor de Commissie van Rechtspleging, gedurende hare Zitting te Graaff-Reinet, dit jaar 1815 : —

De Landdrost, R. O. Vervolger.

No. 13. Conlra.

Frederiek Cornelis Bezuidenhout, wegens eene beschuldiging van mishandeling van een Hottentot jongen, en ongehoorzaamheid aan de Magistratuur.

(Get.) A, Stock enstrom,

Landdrost.

Graaff-Reinet, den 5den October 1815.

No. 12.

De Landdrost van Graaff-Reinet, Andries Stockenstrom, tot zijn grooten spijt gehoor! hebbende, dat sommigen der Ingezetenen zoo onvoorzichtig waren om bij elkander te komen ten einde den dood van Frederiek Bezuidenhout te wreken, gebruikt deze gelegenheid om hen te verzekeren dat liij te groot een belang in hunne rust en welvaart neemt, cm niet onmiddellijk het hun voor te stellen dat zij zichzelven in de grootste ellende zullen dompelen, door in zulk een gedrag te volharden; tegelijker tijd hun zijn woord verpandende, alsmede den Eed waardoor hij zich verbonden heelt om de billijke rechten der Ingezetenen onder hem gesteld, te handhaven, opdat, ingeval zij eenigen grond voor klachten tegen eenig een hebben, wie hij ook moge zijn, hij dezelve in hunne namen aan Zijne Excellentie den iJouverneur en Opperbevelhebber moge voorleggen, als wanneer zij er staat op mogen maken dat zij onpartijdig recht zullen ontvangen, mits dat zij onmiddellijk, op vreedzame wijze, naar hunne respektieve woningen terugkeeren, zonder eenige verdere ongeregeldheden te begaan.

De bovengemelde Landdrost verwacht dan ook dat dat recht zal worden afgewacht van de hand die in staat is hetzelve toe te dienen, instede van, door de wet in hunne eigene handen te nemen, de wet te verkrachten.

(Get:) A. Stockenstrom,

Landdrost.

Cradock, den 13den November 1815.

Accordeert,

(Get:) J. II. Eckard,

Klerk.

Sluiten