Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 91.

Uitenhagen, 20sten Mei 1816.

Den Kolonialen Secretaris,

Kaapstad.

Mijnheer !—Overeenkomstig Zijner Excellentie's Instructien, vervat in uwen brief van den 29sten Maart 1.1., verzoek ik dat gij zoo goed wilt zijn om te betalen, of te doen betalen aan Martinus Prinslo, of order, de som van Rds. 3,000, zijnde de waarde van den opstal der leenings plaats, Naude's Rivier (Folio 345. Gr. Et. holle) de pacht waarvan mits dezon door de Regering is teruggetrokken.

Ik heb, enz,

(Get:) J. G. Cuyt.er,

Landdrost.

Het orgineel hiervan is door mij ontvangen.

(Get;) Martintjs Piuxsi.o.

7; —... _

No. 92.

Uitenhagen, 5den Junij 1816. Aan den Burger, G. J. Scheepers, Senior.

Goede vriend!—Ik verzoek en beveel u om voor mij op Dings-

o> den 11 den dezer maand, te verschijnen, ten einde rekenschap te geven van zekere uitdrukkingen, werkelijk gebezigd tot nadeel er Regering, namelijk, dat de inteekening voor het Waterloo °n<ls onlangs rondgezonden, niet geweest is voor de arme gewon' eu> of weduwen en weezen die geleden hebben van de gevolgen van dat voortreffelijk gevecht, maar voor een Hottentot Soldaat, cue gewond was bij gelegenheid van den opstand.

(Get:) J. G. Ouylkr.

.1816.

No. 93.

Extract uit een brief aan Zijne Excellentie.

T Uitenhagen, 27sten Junii 1816.

Eord Charles ïï. Somerset.

"Ik hoop dat Uwe Excellentie mij zult veroorlooven, om mijnen oprechten dank uit te spreken voor uwer Lordschaps erkentenis '„at mijn gedrag Uwer Excellentie's goedkeuring heeft weggedragen, en dat ik hoop mij er op toe te leggen om eene voortduriug Uerzelve te meriteeren. "

(Get:) J. G. Ojyler.

HHH

Sluiten