Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van v«rscheidene criminele en civiele zaken voor haar gebracht, heeft zij die Drostdij den 14den van gezegde maand verlaten, en door de Karroo, de Beer Vlei, en de Oamdeboo zich naar Graal'fReinet begeven, welke drostdij zij den 3den October bereikte, zijnde vijf dagen opgehouden tengevolge der nalatigheid van twee . Veldkornetten in de voorziening van de noodige voorspannen in de Karroo.

Hebbende bare zittingen ter gezegde Drostdije geopend op den oden October, en zeden 21sten derzelve maand gesloten hebbende, is zij vertrokken over Bruintjes Hoogte naar Grahams Stad, en nahetZuurveld door gereden te zijn, en de Zondags Rivier gepasseerd te hebben, aan de Addos Drift, heeft zij de Drostdij te Uitenhagen op den llden November, 1.1., bereikt, en hare zittingen aldaar geopend op den 14den van gezegde maand.

Dat gedurende hare zitting, depeohes waren aangekomen, geadresseerd aan Luit: Colonel Cuyler, den Landdrost van Uitenhagen, en Commandant der Troepen aan de Grenzen, met het verontrustend bericht van een opstand die was uitgebroken onder de Ingezetenen van de Baviaans Rivier en Bruintjes Hoogte Districten, dat Luit: Oolonel Cuyler bewoog om zich naar de plek te begeven, waar de opstandelingen vergaderd waren, ten einde de onlusten te dempen. Daar deze omstandigheden aan Uwe Excellentie gecommuniceerd waren geworden, beschouwden de ongeteekenden het hun plicht, om te Uitenhagen te blijven, tot dat zij Uwer Excellentie's brieven ontvangen hadden. Op ontvangst van den brief van den Kolonialen Secretaris (den WelEd. Heer Alexander), meldende dat het Uwe Excellentie behaagd had om eene Speciale Commissie aantestellen met volmacht om terecht te stellen, en vonnis te vellen over de Rebellen, zijn de ondergeteekenden vertrokken ter verrichting van de verdere plichten hun opgelegd door het mandaat van den 7den Augutus, 1.1. Zij verlieten dus de Drostdij Uitenhagen den 6den December, en gekomen zijnde aan die van George op den löden, vervolgden zij hunne zittingen tot den 21sten van die maand. Den volgenden dag verlieten zij gemelde Drostdij op weg naar Swellendam, alwaar zij den26sten arriveerden, en hunne zittingen den 28sten geopend hebbende, sloten zij dezelve den 8sten Januarij; en na de Adjunct Drostdij van Caledon bezooht te hebben, en de verschillende Registers en Acten aan gemelde Drostdij te hebben onderzocht, keerden zij naar de Kaapstad terug op den 16den der gezegde maand, hebbende in den loop van dezen Rondgang (buiten hunne aandacht gewijd te hebben aan eene menigte van Mondelinge klachten) kennis genomen van 47 criminele en 27 civiele zaken, van alle welke de ondergeteekenden de eer hadden e®Q beknopten inhoud aan Uwe Lordschap toetezenden van de verscheidene Drostdijen; en zij hebben, overeenkomstig het 36ste het 55ste Artikel der Proclamatie van den 6den Mei 1811, uitgebreide notulen in Duplicaat laten maken, waarvan de eene

1816.

Sluiten