Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1816. I

schillen, zulks te kennen geven met bescheidenheid en met een 'volkomen vertrouwen dat hunne wezenlijke belangen voorwerpen van zorg bij de Regering zijn. Dit straalt zelfs in de onderhandelingen der oproerigen met Geika door, aan wien zij de verzekering niet hebben kunnen geven, zelfs niet durven voorwenden dat de voorname Landbezitters in hunne ontwerpen zouden deeien, hebbende zij integendeel de volkomene overtuiging te kennen gegeven dat de menschen langs de stranden (waardoor men in het algemeen alle de welgezetenen, en niet langs de grenzen rondzwervenden moet verstaan) aan hunnen eed getrouw waren.

Uit dit alles mogen wij dan ook dit gevolg trekken dat er alle reden is om te hopen dat de straf, welke de hoofden van den opstand hebben ondergaan, gevoegd bij de remissie door Uwe Excellentie aan anderen verleend, en de algemeene vergiffenis aan de nog overgeblevenen, welke door Uwe Excellentie aan Zijn Majesteit's Gouvernement is voorgedragen, van de gezegendste uitwerking zullen zijn om deze volkplanting in h<?t vervolg te behoeden tegen die tooneelen van wanorde en verwoesting, welke door dezen opstand waren aangevangen, en zoo het niet in tijds ware gestuit geworden,de noodlottigste gevolgen hadden kunnen na zich slepen.

In de tweede plaats kunnen wij niet voorbij den welverdienden lof te laten wedervaren aan de Magistraten van de Districten onder welker onmiddelijk bereik deze opstand heeft plaats gehad, en welker trouw en voorbeeldige ijver zoo bijzonder dienstig zijn geweest om de vooruitziende gevolgen te stuiten, tot welke de eerste beginselen van dit oproer hadden kunnen leiden. Wat door de Landdrosten Cuyler en Btockenstrom, en de Adjunct-Landdrosten Fraser en Van de Ufraaff, elk in derzelver onderscheidene betrekkingen is verrigt, zal uit de documenten, ten dezen gevoegd, meer in het breede blijken, en Uwe Excellentie zal zeker daaruit met geen minder genoegen dan wij gedaan hebben, ontwaren dat getrouwe plichtsbetrachting, onvermoeide ijver voor den publieken dienst, en eenstemmigheid in bedoeling, al hunne maatregelen hebben bestuurd, en dat aan de vereeniging van die hoedanigheden en neigingen het spoedig dempen van den opstand voornamelijk mag worden toegeschreven.

Met geen minder lof kunnen wij melding maken van den betoonden ijver, welwillendheid en schrandere werkzaamheid van verscheidene andere der voornaamste ingezetenen, en wel bij zonder van den Yeldcommandant en Heemraad van Uitenhagen, Willem Nel, en van de Veldcornets, Stephanus Johannes van Wijk, Abraham Carel Greijling, Willem van Heerden, (? J. of A.) Yenter, Jan Jonathan Duran, en (P. J.) Fourie, welke alle zich door hunne beproefde trouw de oplettendheid der Regeering hebben waardig gemaakt, maar voornamelijk de beide eerstgenoemden, namelijk, de Yeldcommandant en Heemraad Willem Nel, van wien de Landdrost Cuyler, en Adjunct-Landdrost Fraser in het

Sluiten