Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1816.

Het is natuurlijk in u om groote verkleefdheid te gevoelen aan eene Kolonie en volk, waaronder gij zulk een ruim vermogen als dat door u zeiven beschreven als in uw bezit, verkregen hebt, en zulke middelen om in rijkdom naar uw eigen land terug te keeren. Die verkleefdheid behoort op zichzelve u te dringen om te trachten dat volk te dienen. Het is van dit oogpunt van uwen brief van den 8sten dat ik bewogen ben geworden om zoo ver in het onderwerp dat dezelve behandelt te treden, als om u te berichten dat eene gekozene Magistratuur, in hare uitwerking op de kiezers, diegenen die bij zulke verkiezingen presideeren, de uitgestrektheid van het District waarin zulke verkiezingen plaats vinden, en de uitgebreidheid van het Rechtsgebied van zoodanigen Magistraat, in de schaal gelegd tegen de vermoedelijke voordeelen van zulk een maatregel deszelfs welslagen beiden moeilijk en twijfelachtig maken.

Ik geef het toe dat in dit, en in elk ander land, macht aan misbruik is blootgesteld, en waar de zetel der Regering ver af gelegen is, en het volk over het algemeen onkundig, die blootstelling vermeerderd kan worden, maar gij hebt liet mis door te veronderstellen dat de Magistraten in het binnenland dezer Kolonie in eenige arbitraire handelingen gewaarborgd worden : de regelen hunner handelingen zijn door de wet voorgeschreven, et> aan de wet, zijn zij, met elk ander lid der maatschappij verantwoordelijk voor wangedrag, en niets bewijst dit duidelijker dan het geval door u aangeroerd.

Door de onlangs plaats gehad hebbende ongelukkige beroeringen in het binnenland toe te schrijven aan eene vijandelijke gezindheid tegen een ongewilden Magistraat, vind ik het eene rechtvaardigheid welke ik dien persoon verschuldigd ben om u op ondubbelzinnige wijze te verklaren dat gij verkeerd zijt geinformeerd geworden. Ik stap van dit individueel feit af om te zeggen dat algemeene beweringen omtrent wanbestuur mij toeschijnen berekend te zijn om werkelijke onrust te weeg te brengen, en één groote brcn van ontevredenheid te zijn. Zulke beweringen zijn gelijkelijk van toepassing op de beste en de slechtste ambtenaren, en zijn schadelijk voor den goeden naam van Zijner Majesteits Grouvernemeat, en in het bijzonder, van diegenen die het adrninistreeren. Mijn eerste plicht hier is om de ingezetenen te beschermen, en dit kan alleen gedaan worden door hunne Magistraten de hand boven het hoofd te houden en te ondersteunen wanneer zij recht doen, en ze te straffen en af te zetten wanneer zij misbruik maken van het vertrouwen in hen gesteld. Doch om zulk misbruik te bewijzen zijn specifieke klachten noodzakelijk, en een opene en rondborstige aanklager is onderhevig aan de wettelijke gevolgen van zijne voorstellingen en beweringen, indien ongegrond of verkeerd. Ik treed niet in het gedrag mijner voorgangers, poch in de mate van invloed door u op hetzelve uitgeoefend, maar ik erken dat ik natuurlijk om plaatselijke informatie naar de voor-

Sluiten