Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Wat deed uw baas toen gij bij hem kwaamt ?

6. Wat moest gij met 't geweer doen ?

7. Hebt gij toen dadelijk geschooten ?

8. Wat hebben de soldaten toen gedaan ?

Antwoord.— Hij stond toen met twee geweren, en Jacob Erasinus met een in hunne handen bij het huis, wanneer mijn baas mij er een afgaf.

Antwoord.—Mijn baas zeide dat ik op die soldaten schieten moest.

Antwoord.—Neen; toen de soldaten kwamen en bij de mistkraal genaderd waren, riep hij hun toe te staan, en niet nader te komen, dat hij op hun schieten zoude; wanneer de soldaten, door de sterke wind dit niet horende, gedurig avanceerden totdat hij op hun aanlag wanneer zij uit elkander gingen, waarop hij dadelijk op hun had afgeschoten; daarop zeide hij mij, schiet, en toen ik wat draalde zeide hij, schiet, wat wacht jij ? daarop ik ook mijn geweer had afgesobooten; maar hij had mij bevorens gezegd dat ik niet op hun moest houden, dat ik op zij moest schieten om hun maar bang te maaken, ik had hem eerst gezegd " Baas wag tot dat zij bij 't riviertje komen, laten wij dan samen praaten: waarop hij zeide, " Neen, niet nader, schiet."

Antwoord: Zij kwamen al nader, en toen zij te na kwamen liepeD wij naar de hang van den krans nabij de rivier door welke de soldaten toen ook kwamen, en wanneer zij aan de andere zijde uitkwamen, deed hij twee schooten zonder hen te raaken, en ik een, waarop zij op ons aankwamen, en op ons schietende, gingen wij de krans af naar 't gat waar Jacob Erasmus naderhand gebleven is ; en het volk sterker beginnende te sohieten, zeide de oude man aan

1815.

Sluiten