Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15. Hebt gij op weg van hier derwaards ook gehoord dat gemel: Bezuidenhout zich zoude te weer stellen ?

Antwoord.—Neen, want wij hebben aan Diemand op onzen weg gezegd waar wij naartoe gingen, en wanneer de Boeren op weg ons vroegen, waar wij gingen, zeiden wij dat wij een patrouille deeden.

Antwoord.—Londt had niets als zijn degentje, en ik mijn hand-sjambok.

Antwoord. — Ja; hij zeide zelve dat hij eerst dood moest zijn.

Antwoord. —Ja, de soldaten hebben twee klippen, na elkander, naar het gat gerold. Antwoord.—J a.

16. Hadt gij, of de Onder Schout ook geweeren bij U ?

17. Zijt gij verzekerd, dat alles aangewend is geworden, wat er konde gedaan worden, om gemel: Bezuidenhout levendig in handen te krij gen ?

18. Zijn er ook klippen naar onderen gerold ?

19. Ziit ffii bereid deeze op¬

gave, (des vereisoht) met solemneelen Bede te bevestigen P

De B. O. Eischer zegt hierop, dat er geene andere getuigen in deeze zaake alhier ter Drostdije present zijn, welke in deeze konden worden gehoord, ea verzocht tot de Recollemeut der ingewonnen getuigenissen over te gaan.

De Raad Fiat.

Den onderschout, T. Londt, hierop binnenstaande na prolectuure van zijne gegevene verklaring, betuigde daarbij te blijven persisteeren, met deze bijvoeging dat op de plaats van den Yeldcornet Olivier, eenigen tijd nadat hij aldaar was geweest, ook was aangekomen de Yeldcornet Opperman, welke, na in 't afgezonderd met gem: Olivier gesprooken te hebben, bij hem, compt., welke toen bezig was een rapport aan den Landdrost te schrijven, was gekomen, en gezegd had dat hij niet geloofde dat hij hem, compt., zoude kunnen assisteeren, maar dat hij, compt., hem echter op de plaats van Korf konde inwachten; en voorts, dat 't geweer van gemel. J. Erasmus op zijn zeggen, dat hij niet gevuurd had, was geexamineerd, en naar allen oogenschijn nog aan den loop, nog aan den haan, scheen afgevuurd te zijn geweest.

Waarop de Compt. nog heeft beantwoord de volgende vraagen door den B. O. ■ equirant.

Art. 1. Hebt gij op den weg ook vernomen, dat gemelde Bezuidenhout resistentie zoude bieden ?

Antwoord.—Anders niet als van de Veldcornetten Opperman en Olivier, welke laatste hem zeide, dat die vagabond zich niet zoude ontzien, hem voor den kop

Sluiten