Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Wat is u van de onderhandeling bekend met de Kaffers ?

10. Hoe lang zijt gij in Kafferland geweest ?

11. Waar hebt gij u opgehouden dien dag ?

12. Is iemand ook bij u gekomen om u uit Kafferland terug te roepen ?

13. Heeft Faber bij uw terugrijden ul. niet verhaald wat hij bij de Kaffers had gedaan ?

14. Werwaarts hebt gij u bij uwe terugkomst begeven ?

15. Hebt gij met geen der aldaar verzamelde mensehen gesproken P

16. Heeft G. Faber of iemand anders u belet van hen af te gaan ?

17. Hebt gij ook eenig deel

©had bij t oproer op den

—^ UVJ.»UViX »

Antwoord : Ik was bang daar ik nooit te voren onder de Kaffers ban geweest, en heb daarom met jongen Willem Prinslo omtrent 400 treden van de Kaffers afgezadeld en blij ven zitten, terwijl Oomelis Faber 'naar de Kaffers is toegegaan.

Antwoord: 's Morgens zijn wij bij de Kaffers gekomen, alwaar wij dien dag zijn gebleven, en zijn den morgen daaraanvolgende weder teruggereden.

Antwoord : Wij zijn gebleven waar wij afgezadeld hadden.

Antwoord: Neen, ik heb niemand gezien.

Antwoord: Hij heeft alleen gezegd, dat 3ezuidenhout hem gezonden had, om met de Kaffers te praten, maar oude Faber is een kwaad mensch en spreekt niet met jonge menschen.

Antwoord: Wij zijn te zamen gereden tot bij de plaats van Daniël Erasmus, alwaar wij de menschen bij elkander hebben gezien, en werwaarts Faber is gereden, terwijl kleine Willem Prinslo en ik naar mijn vaders plaats zijn gereden, van waar gem. Willem Prinslo, verder naar zijn Vaders plaats is doorgereden.

Antwoord : Neen.

1815

Antwoord : Zoodra wij die menschen zagen, hebben wij beiden zoo maar door gejaagd naar huis.

Antwoord: Neen.

Sluiten