Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hand aan hand met dezen gestadigen groei der vakbeweging ging de stijging van het aantal C. A. door deze organisaties gesloten.

In onderstaanden staat wordt deze toename aangegeven:

1904

1905

1906

1907

1908

1909

1910

1911

1912

1913

1914

1915

1916

1917

1918

1 1 3 13 19 23 46 87 119 176 481 618 599 849 894

Onder de verdere maatschappelijke verschijnselen, die van belang zijn voor de beantwoording van de vraag, of nadere wettelijke regeling der C. A. gewenscht is, komen nog in aanmerking de werkstakingen en uitsluitingen, omdat in bijna alle C. A. een bepaling is opgenomen, dat tijdens den duur der overeenkomst geen staking en uitsluiting zal worden toegepast. Om deze clausule en ook omdat door het instituut zelf de goede verstandhouding der werkgevers- en werknemers-groepen in het algemeen bevorderd wordt, is de C. A. een goed middel gebleken, om botsingen te voorkomen.

Wordt deze stelling eenmaal aanvaard, dan ligt het voor de hand, dat het algemeen belang een dusdanige regeling van de C. A. eischt, waardoor dit instituut zich in zijn vollen omvang kan ontwikkelen.

De cijfers in de tabel op blz. 6 geven een overzicht van de botsingen tusschen werkgevers en arbeiders.

Hoewel deze getallen oogenschijnlijk ten voordeele van de C. A. als middel om stakingen en uitsluitingen te voorkomen, weinig houvast geven, kan toch in ieder geval deze conclusie daaruit worden getrokken, dat zonder het bestaan van de C. A. het aantal botsingen waarschijnlijk veel grooter zou geweest zijn en dat bij nog grooter omvang van de C. A. de cijfers veel gunstiger zouden luiden. Wanneer toch een C. A.

Sluiten