Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dergelijke bepalingen niet, zoodat er redenen aanwezig zijn, door een wettelijke regeling daarin te voorzien.

Als typen van statutaire bepalingen op dit punt, moge vooreerst gelden het in 1911 in dit opzicht gewijzigde reglement van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond. Het nieuwe artikel luidt:

„De Bondsraad is bevoegd tot het opleggen van boeten „aan leden, die zich hebben schuldig gemaakt aan overtreding van de Statuten, van het Huishoudelijk Reglement, „van besluiten van het Bestuur, den Bondsraad en de Bondsvergadering, van loonbepalingen, regeling van den werktijd „en van andere arbeidsvoorwaarden, of aan handelingen „strijdig met het belang van den Bond, voor zoover het „Huishoudelijk Reglement niet reeds boete op eenigerlei „overtreding stelt."

Nog scherper omlijnd, komt dezelfde gedachte uit in het reglement van den Algemeenen Nederlandschen Typografenbond, waar de boeteheffing als volgt is geregeld:

„Zoo een lid handelt in strijd met de bepalingen der Statuten en van het Algemeen Reglement, of met de belangen „van den Bond en zijn leden, zal het, na ernstig onderzoek, „worden geroyeerd. Overtreding van de bepalingen eener door „het hoofdbestuur goedgekeurde C. A. zal eveneens met „royement kunnen worde gestraft.

„Geroyeerde leden kunnen geen rechten doen gelden op „de door hen gestorte gelden, noch op de bezittingen van den „Bond in het algemeen.

„Als lid geroyeerde personen kunnen niet weder tot den „Bond worden toegelaten, dan na voldoening hunner nagelaten „verplichtingen of na openlijk herstel der gepleegde feiten."

De vraag dient nu nog behandeld, in welke gevallen de contracteerende vereeniging in gebreke geacht moet worden wegens niet nakoming der verplichtingen uit de C. A. voortvloeiende. In de meeste gevallen is dat niet twijfelachtig, wanneer het contract zelf omtrent de verplichtingen der contractanten bepalingen heeft opgenomen.

Sluiten