Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT DE GESCHIEDENIS DER LIJKVERBRANDING.

RAPPORT

VAN

PROF. DR. JOS. SCHRIJNEN EN DR. H. VAN DER VELDEN.

Liggen er bewijzen vóór of tegen lijkverbranding opgesloten in wat men geschiedkundig als onderscheiden trant van doodenbehandeling heeft aangetoond?

Spreekt verder een pro of contra uit hetgeen opkomst en voortgang der nieuwere lijkverbranding aanwijst?

Ziedaar de vragen, wier beantwoording wij ons tot taak hebben gesteld J).

I. De behandeling van het lijk in vóór-Christelijke tijden.

In overoude tijden moet het gebruik bestaan hebben, het lijk te verslinden en nog thans is deze gewoonte heerschende bij sommige stammen van Midden-Afrika. Dit verslinden gebeurde hetzij door de naastbestaanden, hetzij door andere stamgenooten, en misschien is het gebruik, het lijk van den

i) De commissie, welke belast was met het onderzoek der lijkverbranding uit historisch oogpunt, bestond uit de heeren Dr. W. Mulder, S. Prof. Dr. Jos. Schrijnen en Dr. H. van der Velden. Terwijl èn bij de' voorbereidende werkzaamheden èn bij het vaststellen der resultaten de commissieleden voeling met elkaar bleven houden, had meer in het bizonder Prof. Dr. Jos. Schrijnen de bestudeering der lijkverbranding in de oudheid en vooral bij de vroegste Christenen zich ten doel gekozen, Dr. H. van der Velden daarentegen de overgangsperiode en de nieuwere lijkverbrandingsactie.

Sluiten