Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen enkele Duitscher die nadacht vergiste zich in de beteekenis van dergelijke voorvallen. Het Journal d'Alsace-Lorraine (een groot, te Straatsburg verschijnend dagblad) heeft het gevoelen weergegeven van een Zuid-Duitscher, den Heer DegenerBoening, die bij deze gelegenheid deze veel beteekenende woorden sprak:

«Millioenen menschen, die, gedurende vele geslachten, behoord hadden tot de groote geciviliseerde natie van het Westen, zijn tegen hun wil, ondanks hun beden en na een moorddadigen strijd, van Frankrijk afgerukt en bij ons land ingelijfd. Zoo deed men voorheen in lang vervlogen tijden ; het land werd Duitsch, de geest van de bevolking bleef Fransch, en Elzas-Lotharingen kwam in opstand tegen de schending zijner rechten. Het was geen openlijk verzet. Wat kan men in een openlijken opstand uitrichten tegen millioenen Duitsche bajonetten ? Inwendig ontwikkelde zich een lijdelijk verzet: de weerstand van den geest tegen het vuistrecht. Om die gehechtheid, die trouw, winden onze militairen, onze chauvinistische al-Duitschers zich op; zij ontsteken in toorn en laten zich, zooals te Zabern, vervoeren tot daden, die de lachlust van geheel Europa opwekken. Het schaamrood overdekt onze kaken.

Want persoonlijk buig ik eerbiedig het hoofd voor die trouw van Elzas-Lotharingen, die zoo volkomen in overeenstemming is met de traditiën van dit zoo sterke en verstandige ras. Maar ik sta ontsteld over de verblinding van onze overheden, over die minachting van dat volk en de jonge soldaten. Is het dan niet van beteekenis, dat heden ten dage nog de beste Fransche generaals Elzassische namen dragen ?

Heeren officieren, gij hebt het eeuwfeest van 181o gevierd. Zijt gij vergeten dat een Ney, een Kleber, een Kellermann, enz. zonen van den Elzas waren ? En zulk een volk meent gij te mogen laten hoonen door een twintigjarig luitenantje, even onbeschoft als onervaren ? Gij beseft niet welk een onberekenbaar nadeel gij der Duitsche zaak berokkend. Door uw beleedigingen, uw dreigementen, wordt de zedelijke verovering van Elzas-Lotharingen meer en meer twijfelachtig.»

De Rijksdag werd in de zaak gemoeid ; en hoewel de Rijkskanseher, von Bethmann Hollweg, en de minister van Oorlog, von Falkenhayn, geen van beiden in staat bleken het gedrag der militaire autoriteiten ten opzichte der bewoners te Zabern te rechtvaardigen, dekte de Keizer met zijn bescherming zonder

Sluiten