Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is betaald, te recht is beslist, dat hij op de kiezerslijst niet

kan worden geplaatst".

Het tegen dit vonnis ingesteld beroep in cassatie werd door den hoogen raad verworpen bij arrest van 16 Juni 1905 (bondsblad 215, gem. stem 2814—8, weekbl. burg. adm. 2933).

Nieuwe voorschriften Als een gevolg van het op blz. 8 aangehaalde voor de belasting- arrest van den hoogen raad van 10 Juni 1910, heelt ambtenaren. de minister van financiën bij resolutie van 5 Juli 1912 de belastingambtenaren aangeschreven om op de in art. 10 bedoelde opgaven niet te plaatsen de namen van hen wier plaatsing een gevolg zou zijn van:

a. een aanslag in de grondbelasting, als het definitief bedrag van dien aanslag lager is geworden dan ƒ 1,— in hoofdsom, en b. een aanslag in de grond-, personeele-, bedrijfs- of vermogensbelasting, zoo deze met het volle bedrag verminderd (en dus vernietigd) is, of wel indien daarvan geh'eele ontheffing is verleend.

Algeheele ontheffing Dat degenen, die algeheele ontheffing van hun staat niet in den aanslag hebben verkregen, daardoor zouden worden weg aan een verhinderd aangifte voor plaatsing op de kiezerslijst aangifte op grond te doen uit kracht van een der bepalingen van art van art. lb. 16, omdat zij geen der aangifte-formulieren model

lila tot en met X naar waarheid zouden kunnen invullen, zooals door een inzender werd beweerd in gem. stem 2469, kunnen wij niet toegeven. Te recht antwoordt o. i. de redactie:

Zoodanige personen verliezen intusschen geenszins het recht om kiezer te zijn krachtens een der vereischten van art. 16 der kieswet, omdat zij, in het gesteld geval, behooren tot degenen, die met overeenkomstig letter a aangeslagen zijn".

De aangehaalde overweging uit het arrest van den hoogen raad van 10 Juni 1910 (zie bladz. 8) geeft steun aan deze meening.

Als regel kan aan Als regel kan aan een daarop rechtgevenden belaseen belastingaanslag tingaanslag slechts kiesrecht ontleenen hij, die^„per-

slechts kiesrecht soonlijk en uitdrukkelijk bij name op een der kohieren

ontleenen hij ten van 's rijks belastingen gebracht zy , gelijk de hooge

wiens name die raad heeft uitgemaakt bij arrest van 31 Mei 190-

aanslag staat. (bondsblad 315, gem. stem 2915-9, weekbl. burg.

adm. 3033), waarbij werd verworpen het beroep in

cassatie van iemand, die zijn beweerd recht op plaatsing op de

Sluiten