Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds vrij spoedig werd de hooge raad geroepen zijn licht te laten schijnen over de beteekenis van de woorden „in verband staande met".

Het toelatingsexa- Bij arrest van 1.2 Juni 1903 (gem. stem 2699, men tot (le univer- weekbl. burg. adm. 2827) had ons hoogste rechtssiteit valt niet onder college n.1. de vraag te beantwoorden, of het toeart. lb, 4°. latingsexamen tot de universiteit behoort onder de in art. 16, 4°., der wet bedoelde examens.

Aangevoerd was: „dat ten gevolge van de wijziging van art. 16, 4°., der kieswet, bij de wet van 8 December 1900 (st.bl. 208) het aldaar bedoeld examen, aanspraak gevende op plaatsing op de kiezerslijst, niet behoeft te zijn de voorwaarde voor de benoembaarheid tot eenig ambt, voor de vervulling van eenige betrekking of voor de uitoefening van eenig bedrijf of beroep, doch dat het voldoende is, dat tusschen dat examen en de benoembaarheid enz. eenig — zij het verwijderd — „verband" bestaat, zoodat ook het in art. 11 der wet op het hooger onderwijs bedoeld examen, toegang gevende tot de universitaire studie en dientengevolge tot het examen voor een doctoiaat, daaronder zou vallen".

De hooge raad overwoog te dien opzichte:

„dat deze opvatting geen steun vindt in de geschiedenis van de wijzigingswet van 1900 van de kieswet, blijkens welke de regeering uitdrukkelijk heeft vastgehouden aan den eisch dat „de examens, die men op het oog had" — hetzij zij zouden zijn ingesteld door of krachtens de wet, zooals met het in deze bedoeld examen het geval is, of aangewezen worden bij algemeenen maatregel van bestuur, hetgeen geschied is bij koninklijk besluit van 4 Februari 1901 (st.bl. 58) —, „dienen om het bewijs te leveren dat de geslaagde candidaten geacht worden voor een zeker ambt, betrekking, beroep of bedrijf de noodige kennis te bezitten" (handelingen st.-gen. 1899/1900, bijl. no. 188, 5, blz. 28);

dat dusdanig vermoeden niet 'verbonden is met het toelatingsexamen tot de universiteit op zich zelf, terwijl de zekerheid ontbreekt, dat dit door eenig ander examen, waarmede dat vermoeden wel is verbonden, zal worden gevolgd".

Ook de examens, Bij arrest van 18 Juli 1903 (gem. stem 2719, weekbl. ingesteld door of burg. adm. 2857) werd door hetzelfde college een krachtens de wet, beslissing van gelijke strekking gegeven ten aanzien moeten „in verband van het candidaatsexamen in de rechtswetenschap, staan met" enz. Bij dit arrest werd mede de vraag beantwoord of ook de examens, ingesteld door of krachtens de

Sluiten