Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De minister antwoordde: „dat in gemeenten, waar art. 3 der armenwet plichtmatig wordt uitgevoerd, bovenstaande vraag zich niet kan voordoen.

Toch, indien een gemeentebestuur tot de overtuiging komt, dat er een instelling van weldadigheid bestaat, die werkelijk giften uitdeelt onder zoodanige omstandigheden, dat zij het karakter van onderstand hébben, dan moet natuurlijk daarop gelet worden, doch niet enkel bij de kieswet, maar ook bij de uitvoering der armenwet, en moet die instelling op de lijst gebracht worden."

Onderstand behoeft In de m. v. a. 2de k. (1896), blz. 32, werd met niet steeds aan den betrekking tot de vraag in hoever onderstand, veraspirant-kiezer leend aan personen, aan wie degene, die op kiesrecht zelve te zijn ver- aanspraak maakt, levensonderhoud verschuldigd is, leend. als aan dezen laatste verstrekt kan worden beschouwd,

gezegd: „In den regel zal dit wel het geval zijn, maar gratuite verstrekkingen, inzonderheid aan kinderen van minvermogenden, geschieden toch niet zelden zonder dat daarbij sprake kan zijn van de bedoeling om onderstand te doen genieten door het hoofd van het gezin". Zie nog art. 23 der wet en bondsblad 293, gem. stem 2372, 2735—5, 2738—19, 2791—11, 2894—21, 2952—13, weekbl. burg. adm. 2487.

Draagt, zoo zegt ongeveer de redactie der gem. stem in enkele der aangehaalde nummers, de onderstand, verleend aan een ander dan aan dengene die kiesrecht vraagt, een geheel persoonlijk karakter, dès, dat zij niet strekt tot leniging van nood bij dezen laatste, dan gaat daardoor voor hem het kiesrecht niet verloren. Zie gem. stem 2945—19.

Bij arrest van den hoogen raad van 15 Juli 1912 (weekbl. burg. adm. 3303) is beslist dat, als een instelling van weldadigheid bij het verleenen van onderstand enkel optreedt als tusschenpersoon van particulieren, het kiesrecht voor de ondersteunden niet verloren gaat.

Ons hoogste rechtscollege overwoog te dien op¬

zichte:

„dat in art. 3 de uitsluiting van het kiesrecht afhankelijk gesteld wordt, voor zoover in dezen van belang, van het genieten van onderstand van een instelling van weldadigheid of van een gemeentebestuur, terwijl noch daar, noch in art. 23 hetzelfde gevolg wordt

Indien een instelling van weldadigheid optreedt als

tusschenpersoon van een particulier, gaat het kiesrecht niet verloren.

Sluiten