Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vraag kan rijzen of de bepaling van het 3de lid niet strijdt met art. 77 der gemeentewet. De verplichting tot bekleeding van het voorzitterschap van een hoofdstembureau of van een stembureau vloeit uit 's burgemeesters ambt voort. Volgens art. 77 der gemeentewet nu wordt de burgemeester bij ongesteldheid, afwezigheid of ontstentenis vervangen door den wethouder,- die van de aanwezigen de oudste in jaren is, of, deze ongesteld zijnde, door den daarop in jaren volgenden wethouder. Zijn alle wethouders ongesteld of afwezig, dan treedt het oudste lid in jaren van den raad, dat aanwezig is, op, tenzij de commissaris in de provincie de tijdelijke waarneming aan een der andere leden van den raad opdraagt.

Het wil ons voorkomen dat er tusschen de aangehaalde bepalingen geen strijd bestaat. Bij „ongesteldheid, afwezigheid of ontstentenis" van den burgemeester wordt hij als voorzitter van een hoofdstembureau of van een stembureau vervangen naar de regelen van art. 77 der gemeentewet. Is geen dezer gevallen aanwezig, dan behoeft toch de burgemeester het voorzitterschap niet te bekleeden, maar kan hij zich laten vervangen door een lid van den gemeenteraad, daartoe door den raad aan te wijzen. In gelijken zin gem. stem 2956

14; 3046—21, Elenbaas, 3de dr., I, blz. 658, Kalbfleisch, blz. 191,

Stoop, blz. 82, De Voogt, blz. 84.

De benoeming van Zal volgens de eerste drie leden van art. 62 geen voorzitters van an- ander dan de burgemeester of een lid van den raad dere stembureaux voorzitter van een hoofdstembureau of van het dan hoofdstembu- stembureau in het eerste of eenige stemdistrict reaux of van het kunnen zijn, de voorzitters van alle andere stemeerste oï eenige bureaux zullen, volgens het 4de lid, door den gestembureau. meenteraad „zooveel mogelijk uit zijn midden benoemd worden. Is het getal der beschikbare gemeenteraadsleden niet toereikend om daaruit voorzitters voor alle stembureaux in de gemeente aan te wijzen, dan kan de raad daartoe inwoners van de gemeente, tevens kiezers in het kiesdistrict, waartoe

het stembureau behoort, benoemen.

De vraag is nu, wie beoordeelt of het aantal beschikbare gemeenteraadsleden niet toereikend is en wat moet onder „niet beschikbaar

verstaan worden.

Zijn er meer stemdistricten dan er raadsleden zijn, dan blij niet anders over dan inwoners, tevens kiezers in het kiesdistrict, tot voorzitters te benoemen. De omstandigheid dat geen raadsleden beschikbaar zijn behoeft niet steeds uit afwezigheid of verhindering voort te spruiten, maar kan ook uit „ongeschiktheid'' voortkomen.

Sluiten