Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De teruggegeven stembiljetten worden door het stembureau onmiddellijk onbruikbaar gemaakt, op de wijze bij algemeenen maatregel van bestuur te bepalen. Deze wijze is bepaald bij art. 12 van het koninklijk besluit van 26 Februari 1897, staatsblad «o luidende: ..Het onbruikbaar maken van terug¬

gegeven stembiljetten geschiedt door het afstempelen van het woord „onbruikbaar" op de beide zijden van het stembiljet.

De wijze, waarop de teruggegeven stembiljetten onbruikbaar worden gemaakt.

Artikel 82.

Gedurende den tijd, dat het stembureau zitting houdt, zijn de kiezers bevoegd in het stemlokaal te vertoeven, voor zoover de orde daardoor niet wordt verstoord en de voortgang der stemming niet wordt belemmerd.

De kiezers verschijnen daar ongewapend, tenzij zij behooren tot de gewapende macht of een wapen bij zich hebben, dat behoort tot hunne ainbtskleeding of bij de kleeding, door hen met vergunning van het boven hen

gesteld openbaar gezag gedragen.

De in het stemlokaal aanwezige kiezers kunnen, zoo de stemming niet overeenkomstig de wet geschiedt, bezwaren inbrengen. Hiervan wordt door het stembureau in het proces-verbaal der stemming melding gemaakt.

Wijziging in 1900. Het 2de lid heeft zijn tegenwoordigen inhoud gekregen bij de wijzigingswet van 1900. Vóór die wijziging luidde dit lid als volgt: „De kiezers, die geen krijgslieden zijn, verschijnen

daar ongewapend

De m. v. t. blz. 11 lichtte deze wijziging als volgt toe: „De thans

vigeerende bepaling van art. 82, tweede lid, is al te streng en veroorzaakt onnoodigen last. De nieuwe bepaling is in overeenstemming met art. 37, tweede lid, van het koninklijk besluit van 6 Januari 1898 (staatsblad no. 20)". Bij het aangehaald koninklijk besluit van 6 Januari 1898, staatsblad 20, werd|vastgesteld een kiesreglement voor de kamers van arbeid.

Gedurende den tijd, Vanaf den aanvang der werkzaamheden van het dat het stembureau stembureau (d. L, ingevolge art. 73, vóór acht uur zitting houdt, mo- des morgens om het pak stembiljetten te openen, de

gen de kiezers in biljetten te tellen en de bus te sluiten) tot de sluiting

het stemlokaal ver- der zitting na het opmaken van het proces-verbaaJ toeven. der stemming (art. 91, laatste lid) en gedurende e

zitting van het hoofdstembureau, welke ingevolge

Sluiten