Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hield getrouw wat hij eenmaal had opgenomen. Evenwel was in die dagen de jeugdige Petrus niet een kind zonder fouten, gelijk menigeen zich de aankomende Heiligen voorstelt. Neen, niet zonder gebed en versterving, niet zonder strijd en zelfoverwinning is hij tot die heldhaftige deugd gekomen, die wij in hem bewonderen. ,,Ik stak het hoofd trots in de hoogte," schrijft hij zelf in openhartigen ootmoed, „ik meende al veel te weten, verachtte anderen naast mij, en wilde over groote dingen reeds een oordeel uitspreken, maar deed het, gelijk men zegt, als een blinde, die over de kleuren twist. Niet gemakkelijk gaf ik toe, wanneer ik vermaand of berispt werd." Zoo kwamen ijdelheid, koppigheid, drift en nijd langzamerhand dat jonge hart bestormen. In dien tijd der ontwakende hartstochten bracht zijn vader, zonder het te vermoeden, den knaap in nog ernstiger strijd. Hij liet hem bij een Latijnschen meester te Nijmegen inwonen, en hier moest de knaap omgaan met medeleerlingen, die door voorbeeld en gesprek voor zijne kuischheid hoogst gevaarlijk werden. Hoe gelukkig thans voor hem, dat hij reeds door versterving en gebed had leeren strijden; want, ofschoon hij op lateren leeftijd beweerde het gevaar niet genoegzaam vermeden te hebben, mocht hij evenwel tevens God danken, dat Hij hem voor dieperen val had behoed, en mogen zijne levensbeschrijvers getuigen, dat „zijne blanke onschuld gelukkig door geen zware zonde ontluisterd is."

Die bekoring evenwel had donkere wolken doen zwerven langs den blauwen hemel zijner ziel. Angstig vroeg de knaap zich af, wat in zulk eene verleidelijke wereld de toekomst hem zou brengen ; hij ging gebukt onder eene vage vrees voor den strijd der latere jaren, zwaarmoedig werd hij en leed eene zielesmart, waarvoor het woord der menschen geen heul wist te brengen. De H. Geest

Sluiten