Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf, de allerbeste Vertrooster, zou hier te hulp komen.

Daar stond te Nijmegen op de groote markt reeds sedert zes eeuwen de prachtige St.-Stefanuskerk, waar onder het hooge gewelf, door drie en dertig draagpijlers gesteund, de trouwe geloovigen zoo gaarne in de geheimzinnige schemering neerknielden ten gebed. Hier wachtte hem God met zijne vertroosting. Dicht bij het hoogaltaar knielde hij neder voor het „huisken van het hoogwaardig H. Sacrament," zooals men destijds zeide, ]) en aanbad er zijnen Heer. Angstig en met tranen in de oogen smeekte hij : „Toon mij toch uwe wegen, en leer mij uwe paden ! Leid mij in uwe waarheid, en onderricht mij, omdat Gij, o God, mijn Zaligmaker zijt." Het gebed van den knaap vond aanstonds verhooring. Op hetzelfde oogenblik stortte God in zijn hart eene vertroosting vol zoetheid uit, en vervulde zijn geest met zulk eene heilzame vreeze, dat hij zich voortaan verzekerd gevoelde tegen de aanvallen der hel.

Terwijl God aldus rechtstreeks tot het hart van zijn lieveling sprak, behaagde het Hem ook door de stem eener vrome zienster aan den jongeling zijne gelukkige toekomst te openbaren. In Arnhem leefde destijds eene vrome weduwe Reinolda, die in hare woonstad en ook daarbuiten met recht als eene Heilige werd beschouwd. Zij ontving iedere week drie malen de H. Communie, wat in die dagen iets buitengewoons was, en achttien jaren lang kwam er vleesch noch visch op hare tafel. Zij kreeg van God buitengewone gaven, en voorspelde de oorlogen, welke spoedig het arme vaderland zouden beroeren. Daar zij eene bloedverwante van de Kanissen was, kwam ook Petrus met zijn vader haar nu en dan bezoeken. Zoo was hij, waarschijnlijk in

') Cfr. Van Schhtvtchaven De St. Stephanuskerk te Nijmegen. Nijmegen 1900, blz. 37.

Sluiten