Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het woord gevoerd, en al was hij een der jongsten, die er spraken, toch trok hij aller aandacht door zijn degelijke leer en welsprekende voordracht.

Den nden Maart 1547 werd het Concilie naar Bologne verlegd, omdat te Trente eene besmettelijke ziekte was uitgebroken; ook Canisius volgde de kardinalen en bisschoppen, deelde ook nu weder in den grooten arbeid, onder anderen door mede te werken aan het opmaken van eene lijst der dwalingen omtrent de Sacramenten, en geheel dit werk te stellen en te schrijven. In den zomer van 1547 werd de Kerkvergadering verdaagd tot 1550, en nu riep de H. Ignatius zijn reeds beroemden, maar nog zoo jeugdigen zoon tot zich, om persoonlijk hem van zijnen geest te doordringen. Zoo kwam Canisius in September te Rome. Met hartelijke teederheid omhelsde hem de goede vader, wees hem dan zijne plaats aan onder de novicen, en liet den weisprekenden redenaar van het Concilie het nederigste huiswerk verrichten; kloostergangen vegen, vaatwerk wasschen was nu zijne bezigheid, maar vervulde den nederigen jonkman met eene vreugde, zoo zoet als hij nog nooit te voren gesmaakt had. Ook hier in de Eeuwige Stad vergat hij zijn dierbaar vaderland niet, en verkreeg onder meer door zijne brieven, dat Nicolaas Florissen van Gouda, de geleerde en vrome pastoor van Bergen op Zoom,' naar Rome in het noviciaat mocht komen; de ijverige priester had zijne parochie zoo bewerkt, dat zij, naar het getuigenis van tijdgenooten, „als 't ware het aanschijn had gekregen der oorspronkelijke Kerk." Later is Canisius voor zijne bemoeiingen te dezer zake rijkelijk beloond geworden ; in Duitschland heeft hij zooveel steun van Nicolaas genoten, dat pater Allard verzekert: „Ik zou hem de rechterhand durven noemen van Duitschlands tweeden apostel."

Sluiten