Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren. Zoo deed hij te Ingolstadt, waar hij de godgeleerdheid onderwees en de opperleiding der hoogeschool had; zoo te Augsburg, waar de kerk der paters te klein wordt voor de toestroomende jeugd, en de kathedraal hare poorten voor de honderden kinderen moet openen; zoo te Wurzburg, waar hij iederen Maandag en Woensdag de kleinen bijeenroept; zoo te Dillingen, waar zijn arbeid tegen de Centuriatoren en de beslommeringen van het Provincialaat hem niet van dat liefdewerk kunnen aftrekken; zoo tot in zijn hoogen ouderdom. »Wij onderrichten kinderen en oude lieden," schrijft hij nog een jaar vóór zijnen dood. Wanneer hij op zijne reizen gelegenheid vond, trad hij de woningen der landlieden binnen om hun de waarheden des geloofs te leeren; dan snelden de kinderen hem reeds van verre te gemoet, en als hij den reisstaf weder opnam, moest men somtijds geweld gebruiken, om de kleinen te beletten met hem mede te gaan; de landlieden bewaarden zijn aandenken, door zijn beeld op den wand hunner hut te laten schilderen.

Maar ter verdrijving der noodlottige onwetendheid was veel meer noodig; veel meer dan ook zou Canisius doen. Geheel het schoolwezen zou hij, zooveel hij kon, hervormen, en op de voornaamste punten van het Duitsche rijk scholen openen, waar geheel het onderwijs van den katholieken geest doortrokken was.

De eerste Duitsche school, waar hij als professor optrad, was de universiteit van Ingolstadt in Beieren. Hier kon hij al aanstonds door eigen aanschouwing weten, hoe diep de jongelingschap gevallen was. Daar heerschte onder de studenten een zedenbederf, als men moeilijk kan beschrijven; bijna geen enkele voelde meer neiging tot den geestelijken stand, en in 1543 werden delessen in de godgeleerdheid door nog slechts één student ge-

Sluiten