Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middeleeuwsche vroomheid der inwoners. Sinds jaren had de stad zich zelve prijs gegeven aan de onverschilligen en de ketters, en haar zedelijke toestand was niet minder verschrikkelijk dan die van Beieren. De universiteit, die weleer door zes tot acht duizend studenten bezocht werd, telde er in die dagen slechts ongeveer zeshonderd. Hunne levenswijze was afschuwelijk. »De jongelieden," schreef Canisius, »willen geen priester meer worden; van de universiteit zijn, gelijk ik gehoord heb, in twintig jaren slechts twee priesters gekomen." Vandaar onwaardigen, die zich indrongen en den priesterlijken stand bezoedelden, vele parochiën, die sinds jaren geen priester meer hadden, vele kloosters, die geheel leeg stonden. Ja, door het verval der wetenschap en der goede zeden zou de Katholieke Kerk in Oostenrijk bezweken zijn in den vurigen kamp, dien de Protestanten haar aandeden, indien er niet een man was opgestaan, dapper als de Machabeër, om de vijanden des volks te verslaan.

Die man was Canisius. In 1551 had Ferdinand I een collegie der Jezuïeten te Weenen gesticht en de leiding er van aan pater Le Jay opgedragen; maar toen deze reeds het volgende jaar stierf, werd Canisius opgeroepen om het diep gezonken onderwijs weder op te heffen. Den 9den Maart 1552 trok hij Weenen binnen, werkte er aanvankelijk als in Ingolstadt, maar begreep al spoedig, dat er meer moest gebeuren dan het eenvoudig les geven. Den i2den October 1553 schreef hij aan Ignatius' secretaris, pater Polanco: «Wij zouden een zeker aantal edele en rijke jongelingen in een huis, niet verre van het collegie, willen vergaderen: daar zouden wij hen op hunne kosten onderhouden en hun een pater geven, om hen buiten den klastijd te bewaken. Dit zou een goed voorbeeld zijn voor velen, en heilzamen invloed op an-

Sluiten