Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedachtenis aan den Zalige en zijne buitengewone verdiensten.

Na aldus in Beieren en Oostenrijk voor het godsdienstig onderwijs te hebben gezorgd, wierp hij den blik op de hoofdstad van Bohemen.

Onder alle Duitsche steden is er geen zoo majestueus van uiterlijk als het oud-deftige Praag. Tegen de heuvelen, bekroond met donkere ernstige pijnbosschen, rijst het op uit het dal, waardoor de breede, diepblauwe Moldau stroomt, paleizen rijen zich aan paleizen, torens stijgen er naast torens, en hoog daarboven troont de onafmeetbare koningsburcht op den Hradschin in witte, glanzende pracht. Zoo aanschouwde het Canisius, toen hij in den zomer van 1555 hier aankwam en er, gesteund door koning Ferdinand, aan de opening van een collegie begon te werken.

Reeds in de lente van het volgend jaar werden hem twaalf medebroeders gezonden, om de lessen te geven en te preeken. Merkwaardig is de beschrijving, welke een Hussiet daarvan geeft. ,,In April van het jaar 1556 zijn de Broeders van het Gezelschap van Jezus, zooals zij zich noemen, naar Praag gekomen. De ouderen kwamen op een wagen over de markt, maar de jongeren, in lange, zwarte kleederen, waarover een kort manteltje, gingen te voet met neergeslagen oogen, ieder een reisstaf in de hand ; zoo gingen zij over de markt der Oudestad, in de richting van het St.-Clemensklooster bij de brug. Men geeft, en zelfs openlijk, als oorzaak hunner komst aan, dat zij de aanhangers van de Utraquistenreligie (hen, die de H. Communie onder beide gedaanten wilden ontvangen,) tot de gehoorzaamheid aan den Roomschen Paus en tot zijnen godsdienst willen terugbrengen, en zij zouden beloofd hebben door de oprichting eener openbare school voor jongelingen dit binnenkort

Sluiten