Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bewerkstelligen. Met list en sluwheid hebben zij inderdaad, zoodat slechts weinigen het bemerkten, zulk een voor geheel het rijk en de stad verderfelijken aanslag opgezet. De stichter van deze school was Petrus Canisius."

Met angst en verbittering zagen de in Bohemen zoo machtige Hussieten hun reeds door geheel Oostenrijk beroemden tegenstander opdagen. Eerst trachtten zij door laster en spot hem af te breken, en een hunner bazuinde alom een Latijnschen versregel rond:

Hinc procul esto canis, pro nobis excubat anser!

Weg van hier met den hond, over ons waakt de gans!

Dat was natuurlijk eene zinspeling op den naam Canisius, dien zij afleidden van het Latijnsche canis\ hond, maar ook op den naam van Jan Huss\ Huss immers beteekent in het Boheemsch gans. Canisius bestreed den aanvaller met zijn eigen wapen en antwoordde hem:

At qui canem odere, haud oves sunl, sed lupi:

Maar wie den hond haten, 't zijn niet de schapen, maar de wolven.

Deze letterstrijd was evenwel slechts eene voorloopige schermutseling, al spoedig sloegen de Hussieten tot daden over. Zij stookten het gemeen op de paters met slijk en steenen te achtervolgen, en Canisius zelf werd den ioden Mei, toen hij in de kerk van het collegie het H. Misoffer opdroeg, «begroet," (gelijk hij later schreef,) met een zwaren steen, die met groot geweld door het kerkraam werd geslingerd.

Maar wat deerden den edelmoedigen strijder voor Christus de beleediging en de verwonding, wanneer hij de schoone ziel van het kind voor zijnen God mocht redden ? Het kruis schonk hier als overal zijn zegen. Uit de verste streken van het woeste Bohemen zonden de ouders knapen voor de lagere klassen; alras werd, evenals te Weenen, een kostschool opgericht voor de kinderen uit

Sluiten