Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kansel is hij nog meer rechtstreeks de verklaarde aanvaller en bestrijder der heerschende zonden en misbruiken.

Overtuigd, dat de wereld door de verkondiging van Gods woord is bekeerd, heeft Canisius gepredikt, waar en zoo dikwijls hij kon. Zijne stem heeft weerklonken van de welige landouwen van Sicilië tot in de sneeuwvlakten van Polen, in al de groote kathedralen van Duitschland en in tal van nederige dorpskerken, in de hofkapellen der vorsten en onder het stroodak van den Beier en den Zwitser.

Zeer dikwijls predikte hij in het Latijn, de taal, die destijds nog door verreweg de meesten verstaan werd, maar niet zelden ook in het Duitsch. ,,Aan uwe oneindige genade, o God," teekent hij na de eerste maal dankbaar op, „heeft het behaagd die poging door allen te doen goedkeuren en prijzen."

Op den kansel sprak Canisius voorzichtig en zachtmoedig, en hield rekening met het karakter en de stemming zijner toehoorders.

Daarom trachtte hij in zijne predikatiën zijne hoorders eer door klare en bondige uiteenzetting der waarheid dan door weerlegging der ketterij voor het Katholiek geloof te winnen of te behouden. Toen hij in de Vasten van 1558 te Straubing, waar velen tot het Protestantisme waren afgevallen, eene reeks van predikatiën hield, sprak hij niet óver Luther en diens aanhang, maar over het bitter lijden van Christus, en bewerkte daardoor vele bekeeringen.

Deze voorzichtige zachtheid, gesteund door vurigen ijver, buitengewone kennis en echt mannelijke welsprekendheid, deed hem overal, waar hij optrad, vele zielen gewinnen. Wel was somtijds bij zijn eerste verschijning het getal zijner toehoorders uiterst gering, maar gewoonlijk zag hij het weldra verhonderdvoudigd. Den 25sten

Sluiten