Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoorde hunne biecht en gaf hun de H. Communie en herstelde den onderlingen vrede, in één woord : hij gaf hun God terug, en in God het ware geluk. Had hij aldus eene parochie bekeerd, dan trok hij onder het weenen der arme bewoners naar een ander dorp, om ook daar hetzelfde geluk te brengen.

Canisius' oprechte liefde werd door de ketters niet met gelijke zachtmoedigheid beloond.

In Weenen scholden zij hem, zinspelend op zijnen naam, den Oostenrijkschen hond. Zij verspreidden tegen hem de afschuwelijkste lastertaal, en niets was zoo gruwelijk, of 't werd van hem gezegd. Maar ook tot gewelddadigheden schroomden zij niet zich te verlagen, en meer dan eens is zijn leven in groot gevaar geweest. Reeds in *553 wilden zij hem doen sterven; Canisius wist het, en schreef onvervaard: „Weenen zal ons weldra martelaars schenken, maar laat ons standvastig blijven in het geloof."

Met buitengewone vrucht werd dat heldhaftig prediken beloond.

Dikwijls zaten de predikanten der Hervormden rondom zijn kansel, om hem op onwaarheden te betrappen en te weerleggen; maar hadden zij aldus hem eenige malen aangehoord, dan kwamen de hardnekkigen vol schaamte en spijt niet meer terug, terwijl anderen zich bekeerden. Een hunner riep te Augsburg midden onder eene preek van Canisius luidkeels uit: ,,Het is de waarheid, wat hij zegt! En of wij willen of niet, wij kunnen den glans van dat licht niet wederstaan!" Op straat riepen vrouwen de halsstarrige predikanten na: „Schelmen> gij hebt eindelijk iemand gevonden, die u als redeloos vee met zweepslagen voor zich uitjaagt! Antwoordt aan pater Canisius; weerlegt zijne redeneeringen, als ge kunt!"

Sluiten