Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maria begon; voor heel de kloostergemeente voldeed zij op kinderlijk naïeve wijze aan de gestelde voorwaarde, en toen zij haar lief verhaal besloot met de hoopvolle vraag : „Mag ik nu mijn eerste H. Communie doen ?" was er niemand, die weigerend daarop durfde antwoorden.

Reeds voor den volgenden dag werd de plechtigheid vastgesteld. Wat een blijdschap, wat een verlangen in dat engelenhart! Hoe traag streken haar de uren van den nacht voorbij! Hoe was zij beurtelings vervuld van eerbiedige vrees en teedere liefde! En toen zij des morgens, in het wit gekleed, voor de communiebank neerknielde, en met tranen in de oogen heuren God ontving, toen, gelijk zij zelve later getuigde, gevoelde zij zich geheel doordrongen van een goddelijke zalving.

Engelenonschuld was voor haar de gelukkige vrucht van deze innige vereeniging met God; de minste fout, die haar ontsnapte, beweende zij als ware het een misdaad, en zoo voorzichtig bewaarde zij de reinheid der ziel, dat hare moeder tot haren echtgenoot zeide : ,,Ons kind is niet voor de wereld gemaakt. Waarschijnlijk heeft God haar niet bestemd tot een steun in onzen ouders dom, maar voor het klooster ; laat haar begaan." Die groote vrees voor het kwaad versterkte zij door veel gebed. Bij haar ontwaken voerden hare gedachten haar al aanstonds naar het tabernakel, en terwijl de Zuster haar aankleedde, bad zij luide een bepaald getal gebeden ; en wijl de ware godsvrucht, de ware liefde voor Jezus altijd innige liefde voor Maria, 's Heeren zoete Moeder, kweekt, legde zij toen reeds de gelofte af, dagelijks het rozenhoedje te bidden.

Maar, helaas, zelfs in de onschuldige kinderlente is het niet altijd blij zonnig weer; daar kwam voor het teedere kind een dag vol donkere wolken; haar teer-

Sluiten